Skip to content
Help mee aan herstel en hoop – steun Kostbaar Vaatwerk met een donatie.

Materiaal deelnemers

Onderstaand materiaal is voor deelnemers aan de gespreksgroepen van Kostbaar Vaatwerk.
Heb je vragen, opmerkingen of ideeën over dit materiaal? Laat het ons weten. Heb je vragen over je groep? Neem dan contact op met je gespreksleidster.

Uitloggen

Bijeenkomst 1: Kennismaking

Bijeenkomst 1: Kennismaking

Welkom!

Binnenkort vindt de eerste bijeenkomst plaats van de gespreksgroep waaraan je gaat deelnemen. We hopen dat deze groep voor jou een plek mag gaan worden waar je je thuis voelt en waar je je verhaal en vragen kunt delen. De allereerste bijeenkomst van de groep zal vooral in het teken staan van kennismaken met elkaar. Daarnaast zal er een aantal praktische zaken besproken worden, waaronder de groepsregels.

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

We vragen je thuis alvast het volgende te doen ter voorbereiding op de eerste bijeenkomst:

  • Voordat je deel ging nemen aan deze groep heb je de voorwaarden en groepsregels hoogstwaarschijnlijk al gelezen op de website. Door deel te nemen aan de gespreksgroep verklaar je dat je akkoord gaat met deze groepsregels. Lees daarom deze voorwaarden en groepsregels nog even goed door. Heb je er vragen over? Stel ze dan tijdens de eerste bijeenkomst aan je gespreksleidster.
  • Denk na over de gespreksvragen.
  • Ga aan de slag met de thuisopdracht.

Voorwaarden en groepsregels

  1. Wij verwachten van deelnemers dat ze zich op iedere bijeenkomst voorbereiden door het materiaal thuis door te lezen en de bijbehorende vragen en opdrachten te maken. Deelnemers ontvangen een inlogcode waarmee ze toegang hebben tot een afgeschermd gedeelte van de website waar het deelnemersmateriaal te vinden is.
  2. Voor het groepsproces is het belangrijk dat alle deelnemers aanwezig zijn. We verwachten daarom van deelnemers dat ze aan alle bijeenkomsten meedoen (behalve bij b.v. ziekte).
  3. Als de gespreksleidster het idee heeft dat de groep niet helpend voor je is, dat je professionele hulp nodig hebt of als er andere zaken zijn die jouw deelname aan de groep belemmeren, zal ze hierover met je in gesprek gaan. De gespreksleider heeft het recht om – in overleg met de leiding van Kostbaar Vaatwerk – je deelname te beëindigen of om professionele hulp als voorwaarde te stellen voor (verdere) deelname aan de groep.
  4. Gespreksleidsters van onze groepen zijn ervaringsdeskundigen die zelf door een proces van herstel heen zijn gegaan. Vanuit die ervaring willen ze de groep leiden zodat ze anderen tot hulp kunnen zijn. Gespreksleidsters zijn (meestal) geen professionele hulpverleners en zullen dus ook niet op alle vragen een antwoord weten of precies doorgronden wat een deelnemer in een bepaalde situatie nodig heeft.
  5. De veiligheid en vertrouwelijkheid binnen de groep vinden we erg belangrijk. Om die te kunnen waarborgen, gelden er binnen de groepen de volgende groepsregels:a – Alles wat er in de groep gedeeld wordt, is vertrouwelijk. Ook het feit dat iemand deelneemt aan de groep is vertrouwelijk. Verhalen en namen mogen dus niet gedeeld worden met mensen buiten de groep.b – Als je praat over de (ex-)verslaving van je partner, gebruik je geen uitgebreide en gedetailleerde verslagen. Probeer je zoveel mogelijk te beperken tot de hoofdlijnen en algemene omschrijvingen.c – Je bent nooit verplicht om te praten of ergens op te reageren. Kijk naar  wat jij op dat moment aankunt en wilt.d – Je neemt deel aan de groep voor jezelf en niet om anderen te ‘redden’. Geef een andere deelnemer daarom alleen advies als zij daarom vraagt.e – Het is fijn als tijdens een bijeenkomst iedereen gelegenheid krijgt om aan het woord te komen. Daarom is het soms nodig dat de gespreksleidster je onderbreekt en een ander de ruimte geeft om iets te delen.

Gespreksvragen

Tijdens de kennismakingsbijeenkomst zal de gespreksleidster je vragen om jezelf voor te stellen. Uiteraard ben je dan vrij om zo veel of zo weinig als je wilt te delen.

Andere vragen die aan de orde komen tijdens de eerste bijeenkomst zijn de volgende:

  1. Kun je iets vertellen over de belangrijkste dingen die nu voor je spelen? Welke issues m.b.t. je relatie of de seksverslaving houden jou voornamelijk bezig?
  2. Welke verwachtingen heb je van deze groep? Wat hoop je hier te horen/ontvangen?
  3. Kun je iets vertellen over waarin jij tot nu toe veranderd bent sinds de ontdekking van de seksverslaving van je partner? Wat heb je geleerd?
  4. Wil je iets kwijt over hoe jouw relatie met God veranderd is door alles wat er gebeurd is? Hoe is je relatie met God op dit moment?

Thuisopdracht

Het doel van de eerste bijeenkomst is elkaar beter te leren kennen. We willen je daarom vragen om op zoek te gaan naar iets wat je kunt meenemen naar deze bijeenkomst.

Je kunt dan denken aan iets wat voor jou belangrijk is in de situatie waarin je nu zit. Bijvoorbeeld een lied of tekst waarin je steun vindt, een foto die iets laat zien van de zoektocht of vragen die je hebt, een voorwerp dat een bijzondere betekenis voor je heeft of een schilderij of tekening die je gemaakt hebt.

Het mag iets zijn wat helemaal bij jou past en wat jij fijn vindt om mee te nemen. Vind je de drempel om iets mee te nemen nog te hoog? Voel je dan vrij om deze opdracht over te slaan.

Bijeenkomst 2: Fasen van herstel

Bijeenkomst 2: Fasen van herstel

Doel

In de tweede bijeenkomst van de gespreksgroep gaan we kijken naar het proces van herstel (van vertrouwen) na seksverslaving/ontrouw. Inzicht krijgen in de verschillende fasen van dit proces kan jouzelf helpen om te bepalen waar jij en je partner staan in het herstelproces. En dát kan je weer helpen om in te zien wat er nodig is om verder te groeien in herstel: Wat kun jij zelf doen? Wat kan je partner doen?

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

We vragen je thuis alvast het volgende te doen ter voorbereiding op deze bijeenkomst:

  • Lees het materiaal helemaal door. Heb je er vragen over, of springt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.
  • Het is ook handig om het materiaal mee te nemen op je tablet of om het uit te printen.

Inleiding ‘Herstel van vertrouwen’

Ferdinand Bijzet (www.relatie-herstel.nl) heeft een aantal jaren geleden een scriptie geschreven waarin hij uitgebreid weergeeft hoe het proces van herstel van vertrouwen (na seksverslaving of overspel) eruit ziet. Het materiaal van deze bijeenkomst is gebaseerd op deze scriptie.

Er zijn vier fases te onderscheiden in het proces van herstel van vertrouwen: 1) de crisisfase, 2) de radicale breuk, 3) de revalidatiefase, 4) de integratiefase.

1. De crisisfase

Als je hebt ontdekt of gehoord dat je partner vreemdgaat, verslaafd is aan seks, of op een andere manier het vertrouwen heeft beschadigd, gebeurt er heel veel. Je zou kunnen zeggen dat jij en je partner op zo’n moment in een crisis belanden. Deze crisis was er eigenlijk al lang, maar dan onder de oppervlakte. Nu komt deze echter naar buiten.

Jijzelf – Op het moment van de ontdekking stort voor veel vrouwen de wereld in. Het romantische ideaal dat je had en de wens van een exlcusieve relatie blijken op een leugen gestoeld te zijn. Van het ene op het andere moment kom je in een nachtmerrie terecht. Het krenkt je tot diep in je wezen. Het roept groot verdriet, agressie of lichamelijke reacties op. Geen enkele reactie is hetzelfde, maar duidelijk is dat de diepe krenking veel pijn doet en tijd nodig heeft om te helen.

Ook heb je als vrouw vaak heel veel vragen. Vragen over de oorzaak: Waarom is dit gebeurd? Wat heb ik zelf fout gedaan? Wat mankeert er aan de relatie? Ben ik niet goed genoeg? Vragen naar details: Wat heb je gedaan? Hoe deed je het? Hoe vaak? En vragen over te nemen stappen: Moeten we uit elkaar? Gaat dit allemaal goed komen? Hoe kan ik hem ooit weer vertrouwen? Aan wie moet ik het vertellen? Wat moet ik nu gaan doen? Moeten we in therapie? Moeten we nu maar gaan scheiden? Gaat dit gevoel ooit weer weg?

Je partner  Ook voor je partner betekent de ontdekking een crisis. Alles wat hij zo lang verborgen had kunnen houden, ligt nu open en bloot. Hij moet opeens keuzes maken die hij daarvoor kon vermijden. Sommige mannen voelen zich heel schuldig, hebben diepe spijt en ondernemen onmiddellijk actie om de relatie te verbreken en/of te breken met porno. Anderen voelen helemaal geen spijt, maar lijken eerder bot en koesteren hun verslaving. Sommigen hebben spijt dat ze het verteld hebben, anderen ervaren een diepe opluchting. Ook hier zijn de reacties divers.

Jullie relatie  Duidelijk is wel dat op het moment van de ontdekking er een kloof tussen de beide partners loopt. Vaak zijn er dan ook heel verschillende emoties, belevingen, verlangens en verwachtingen: jij bent boos, hij is schuldig en machteloos. Hij wil niet praten, jij wilt er juist over praten. Jij wilt antwoorden en details, hij durft die niet te vertellen.

Vragen bij 1. De crisisfase

1. Wat herinner jij je nog van de periode na de ontdekking? Hoe voelde je je? Wat dacht je? Wat waren je belangrijkste vragen?

2. Heb jij ook ervaren dat, na de ontdekking, er een kloof ontstond tussen jou en je partner? Hoe zag die eruit? Hoe is dat nu?


2. De radicale breuk

Het vertrouwen tussen jou en je partner kan alleen herstellen als er een radicale breuk is met porno en/of ontrouw. Stap 1 om uit de crisis te komen is voor de man dan ook: breek radicaal met ontrouw en porno. Stap 1 voor de vrouw is: sta erop dat je partner radicaal breekt met porno/ontrouw. Stel grenzen en ga niet akkoord met smoesjes.

En nu is het genoeg

De Amerikaanse relatie- en gezinstherapeut dr. James Dobson (1993) heeft onderzoek gedaan naar relaties waarbij één van de partners vreemdgaat. Hij ontdekte dat degene die bedrogen is, vaak niet stilstaat bij wat zij wil en nodig heeft, omdat ze bang is de ander te verliezen. Sommigen gaan – vanuit een gebrek aan zelfrespect – zelfs mee in gedrag dat ze eigenlijk onaanvaardbaar vinden.

Een ‘en-nu-is-het-genoeg-houding’ is echter veel effectiever: de vreemdganger wordt meteen tot een keuze gedwongen. ‘Je kunt nu kiezen: óf ik, óf die ander, maar niet allebei. Ik hoor het wel wie je kiest, maar kies je voor haar dan dien je ook nu meteen te vertrekken!’ Als bedrogen partners deze houding aannemen en duidelijk hun grens aangeven, kiest de vreemdgaande partner veel vaker toch voor zijn vrouw en verbreekt hij de overspelige relatie.

Ook in situaties waarbij de man porno- of seksverslaafd is, is deze ‘en-nu-is-het-genoeg-houding’ belangrijk. Deze houding moet voortkomen vanuit de behoefte om serieus genomen en gerespecteerd te worden, en moet niet een middel zijn om je man te manipuleren.

Veranderen

Zolang je probeert je man te veranderen, verandert er immers niets. Je zult moeten accepteren dat jij hem niet kunt veranderen. Er is er maar een die je kunt veranderen, en dat ben jij zelf. Veel vrouwen vinden het moeilijk dit onder ogen te zien.

Partners van seksverslaafden moeten ten eerste leren om zichzelf verantwoordelijk te maken voor hun eigen leven. Niet zijn gedrag of verslaving bepaalt je leven. Nee, jij bent zelf verantwoordelijk voor je leven. Wanneer deze verschuiving ontstaat, kun je de volgende stap zetten, namelijk stilstaan bij je behoeftes: Als ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn leven, wat wil ik dan dat er gebeurt? Wat zijn mijn behoeften? Je kunt jezelf afvragen: Wat heb ik nodig om hem weer te gaan vertrouwen? Wat heb ik nodig in deze relatie om met hem verder te kunnen? Vaak zijn de antwoorden wel duidelijk, maar komt erachteraan: ‘Maar ja, als hij niet verandert…’

Partners van seksverslaafden moeten leren zien dat het niet gaat om de vraag of híj verandert, maar om de vraag of jijzelf bereid bent te veranderen. Ben je bereid je relatie op het spel te zetten om zodoende de relatie te redden? Als je je hiervan bewust wordt, zullen je eigen wensen, behoeftes en grenzen duidelijker voor je worden en kun je deze duidelijker communiceren. Hierdoor wordt de kans op herstel van jullie relatie groter.

Vragen bij 2. De radicale breuk

1. Om uit de crisis te komen is het noodzakelijk dat je partner radicaal breekt met porno/ontrouw, en dat jij erop staat dat hij dat doet (de ‘en-nu-is-het-genoeg-houding’). Hoe is dat bij jullie?

2. Kun je werken aan herstel van de relatie als er niet radicaal gebroken is? Waarom wel/niet?

3. Wat vind je van de uitspraak: Zolang je probeert je man te veranderen, verandert er niets. Je zult moeten accepteren dat jij hem niet kunt veranderen. Er is er maar een die je kunt veranderen, en dat ben jij zelf.

4. Jij bent verantwoordelijk voor je eigen leven. Wat kan voor jou een eerste stap zijn om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven?

5. Wat heb jij nodig om je partner weer te gaan vertrouwen? Wat heb jij nodig om verder te gaan in de relatie met je partner?


3. De revalidatiefase

Zodra er radicaal gebroken is met de verslaving, kom je als stel in de revalidatiefase. Het begin van deze fase voelt wankel. Je kunt soms de neiging hebben om het maar gewoon weer op te geven en er kunnen nog heel wat crisismomenten naar boven komen. In deze fase verschuift uiteindelijk het accent van de verslaving/ontrouw naar (het werken aan) de oorzaak daarvan.

Verschillende reacties

Meestal gebeurt er in deze fase het volgende:

1. Je partner ervaart opluchting, blijdschap of vergeving. Hij kan verder. Er komt geen scheiding en hij pakt de zaken aan die aangepakt dienen te worden.

2. Jij voelt een diep verdriet, vaak wanhoop en verwarring over gevoelens van liefde. Hoewel je ervoor gekozen hebt om door te gaan, heb je vaak de neiging alsnog het bijltje erbij neer te gooien. Je twijfelt of de keuze die gemaakt is, wel de juiste is. En je vraagt je af of het gevoel dat je nu hebt wel overgaat.

Vaak ontstaat er een patroon waarbij je partner een tijdje oog heeft voor jouw gevoelens. Op de lange termijn vindt hij het echter steeds moeilijker om elke keer weer over het thema te praten en vermijdt hij het. Jij wilt er wel over praten, maar merkt dat je partner dat niet wil. Hij is verder dan jij of andersom. Jij hebt behoefte aan begrip, hij wil vooruitkijken.

In de put

Wat gaat er dan mis? Beide partners zijn bezig met eigen belangen. Mijn stelregel is dat de ex-verslaafde vooral aan zet is om in de diepte van de put van zijn vrouw af te dalen om haar te begrijpen. Pijn gaat niet weg door het te negeren, wel door het te accepteren en erover te praten. Waar de daad van het schaden al pijnlijk kan zijn, kan de verwijdering na de opening nog pijnlijker zijn.

Wat is dan nodig?

  • voor je partner: daal af in de put, breng begrip op, luister en doe dat zo vaak als nodig.
  • wees open over je pijn, maar hoed je voor bitterheid. Verwijt niet, beschuldig niet, maar deel je onderliggende gevoelens en pijn. Zeg dus niet: ‘Je bent nooit te vertrouwen’, maar: ‘Ik heb weer last van het gebeurde.’

Veel voorkomende moeiten hierbij zijn dat de man de gedachte heeft: Wie ben ik om haar nu te steunen? Ik heb haar gekwetst! Mijn advies aan mannen is dan: stap uit de rol van de verslaafde/ontrouwe. Besef dat je nu de kans hebt de ondersteuner te zijn! Je bent immers ook partner. Je bent de veroorzaker van de pijn, maar ook aan zet als trooster (als de ander het kan accepteren).

Dieper kijken

Het laatste onderdeel van de revalidatiefase is dat er stilgestaan wordt bij de dieperliggende reden voor de verslaving/de ontrouw. Leer van het gebeurde. Stellen die door de pijn van het gebeurde heen gegaan zijn, zijn toe aan deze diepere laag. Vragen die hierbij horen, zijn: Wat mist er in de relatie? Wat zit je dwars? Wat ontbreekt er? Wat heb je nodig? Welke diepere problematiek moet aandacht krijgen?

Vragen bij 3. De revalidatiefase

1. Kun jij iets vertellen over de put in jullie relatie? Hoe gaan jullie hiermee om?

2. Waarom werkt het belemmerend voor het herstel van vertrouwen als de man niet in de put wil komen, of als de vrouw bitter/vol verwijten is?

3. Pijn gaat niet weg door het te negeren. Wel door het te accepteren en erover te praten. Ben jij het hiermee eens?

4. Herken jij dat, dat je bitter kunt worden en verwijten maakt? Hoe kun jij leren om je verwijten om te zetten in pijn en die vervolgens te delen?


4.De integratiefase

Aan het begin van een crisis lijkt het alsof er nooit meer een einde zal komen aan de gevoelens die dan ervaren worden. Gelukkig is dat niet reëel. Stellen die door de crisis heen werken en gaan revalideren, komen uiteindelijk in een fase waarin de crisis, het beschadigde vertrouwen, steeds meer op de achtergrond komt te staan.

Jij zult merken dat gevoelens steeds verder naar de achtergrond verdwijnen, dat het gewone leven weer verder gaat en het stempel van het verleden aan het verbleken is. Je partner zal steeds meer weer gewoon partner worden. Af en toe komen oude gevoelens weer terug, maar veel milder dan voorheen. Het is tijd voor de laatste fase, de integratiefase.

In deze fase zullen zaken aan de orde komen die eerder in het traject al aan de orde zijn geweest. Naast leren van het gebeurde (Welk gebrek of probleem signaleert dit in onze relatie?) is het ook nodig dat het stel de relatie tegen nieuwe problemen gaat beschermen.

Belangrijke vragen

Belangrijk is om te werken aan achterstallig onderhoud van de relatie, maar ook je te realiseren dat de valkuil groot is in de oude sleur terecht te komen. Wat voor relatie willen we met elkaar hebben? Wat hebben we daarin van elkaar nodig? Welke verwachtingen hebben we van elkaar en is dat ook realistisch? Hoe gaan we voortaan om met impasses in de relatie? Wat doen we als het minder lekker loopt? Wat doen we met verliefdheden? Hoe gaan we om met vriendschappen met de andere sekse, wetende dat een van ons (of beiden) kwetsbaar is? Hoe gaan we om met computer- en tv-gebruik? Hoe gaan we om met terugval?

Drie tips

1. Besluit samen om schuttingen om jullie relatie te bouwen. Schuttingen beschermen je tuin. Ook je relatie heeft een bescherming nodig. Welke schuttingen hebben jullie nodig? Mijn stelregel is dat als maar een van beiden de schutting nodig heeft, het een zinvolle schutting is.

2. Zorg voor belangrijke anderen in je leven. Mannen en vrouwen met wie je erover praat. Juist als het vertrouwen beschadigd is, is vriendschap met anderen een enorme steun. Je hebt een plaats nodig waar je je verhaal kwijt kunt, maar ook mensen die je aanspreken op je eigen valkuilen. Mannen en vrouwen die je regelmatig bevragen op hoe het met je gaat. Die je ondersteunen, bemoedigen en voor je vechten.

3. Daarnaast is het goed dat jullie nadenken over de vraag wat te doen als er weer verliefdheden voorkomen, als er weer een terugval plaatsvindt. Hoe ga je daar dan als stel mee om?


Thuisopdracht

Je hebt uitleg gekregen van alle vier fases van het proces van relatieherstel. Beantwoord nu de volgende vragen:

1. In welke van de vier genoemde fases zit jullie relatie volgens jou? Waarom?

2. Welke ’taken’ horen bij deze fase?

3. Wat betekent dat concreet voor jou? Wat kun jij doen?

Denk er ook eens over na of je dit artikel samen met je partner zou willen bespreken.

Een andere mogelijkheid is om, samen met je partner deel te nemen aan een echtparendag. Tijdens een echtparendag krijgen jullie  van een ervaren hulpverlener uitleg over deze verschillende fases, kun je luisteren naar een ervaringsverhaal en met andere stellen in gesprek gaan. Kijk voor meer informatie over de echtparendagen op onze website.

Wist je dat Ferdinand Bijzet cursusmateriaal heeft ontwikkeld dat je samen met je partner kunt doen? Het is gebaseerd op de fases van herstel die in dit document beschreven staan. Een gratis e-book en video’s zijn beschikbaar via http://herstellenvanvreemdgaan.nl/stellen/. Aan de hand daarvan kun je beslissen of je samen de cursus wilt gaan volgen.

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de gespreksgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk.

Bijeenkomst 3: Porno- en seksverslaving

Bijeenkomst 3: Porno- en seksverslaving

 

Doel

Tijdens deze bijeenkomst staan we stil bij het onderwerp ‘Porno-/seksverslaving’. Wat maakt porno aantrekkelijk? Wat zijn de gevolgen van het kijken naar porno? En ligt het aan jou dat je partner porno keek of kijkt?

In deze bijeenkomst hebben we het vooral over porno. Veel van wat gezegd wordt, geldt echter ook voor die situaties waarin een man geen porno keek, maar bv. vaak naar prostituees ging, talloze seks-chats of andere buitenechtelijke relaties had. Bij de vragen kun je voor het ‘porno’ dat woord invullen dat het meest past bij jouw persoonlijke situatie.

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

We vragen je thuis alvast het volgende te doen ter voorbereiding op deze bijeenkomst:

  • Lees het materiaal helemaal door. Heb je er vragen over, of springt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.
  • Het is ook handig om het materiaal mee te nemen op je tablet of om het uit te printen.

Inleiding ‘Wat porno-/seksverslaving doet’

1. Porno en je partner

Toen je hoorde of ontdekte dat je partner porno keek, seksverslaafd en/of op een andere manier ontrouw was, had je daarbij wellicht meteen bepaalde gedachten. Misschien vond je porno en ontrouw altijd al hartstikke fout en zie je je partner nu als een vreselijk slecht en vies persoon. Het is ook mogelijk dat jij porno helemaal niet zo’n probleem vindt; er zijn zoveel mensen die ernaar kijken en je vindt het dus heel normaal dat je partner dit ook doet. Of je ziet vooral de enorme worsteling die je man heeft; je merkt hoe hij zelf lijdt onder zijn gedrag en ziet hem daarom vooral als slachtoffer of als zielig. Misschien denk je dat het voor een man onmogelijk is om echt te breken met een porno- of seksverslaving, of heb jij juist het idee dat stoppen helemaal niet zo moeilijk is; gewoon een kwestie van doen, en je vindt je partner een zwakkeling als hij dat niet meteen kan.

Herken je je in een van deze situaties, of is het voor jou nog weer anders? Jouw kijk op porno (seksverslaving/ontrouw) beïnvloedt de manier waarop je kijkt naar je man. En het beïnvloedt ook jouw gedachten over wat nodig is om ermee te breken. Daarom willen we in deze bijeenkomst stilstaan bij porno zelf. Wat doet het? Waarom is het zo aantrekkelijk? En wat is nodig als iemand ermee wil stoppen?

Vragen bij 1. Porno en je partner

  1. Wat waren jouw gedachten over porno (seksverslaving/ontrouw) toen je nog niet wist dat je partner zich hiermee bezighield?
  2. Hoe denk je over je partner nu je weet dat hij porno kijkt of keek? Vind je hem vooral vies/slecht/een monster? Zie jij hem vooral als slachtoffer en vind je hem zielig? Of is het voor jou nog anders?

2. Waarom is porno aantrekkelijk?

Wat maakt porno nu zo aantrekkelijk? Hoe komt het dat zoveel mensen hiernaar kijken en dat een groot deel daarvan daar vervolgens moeilijk mee kan stoppen?

1.Aangename gevoelens en verdoving – Mannen kunnen gemakkelijk opgewonden raken door wat ze zien. Als een man naar porno kijkt, geeft dat een sterke seksuele opwinding. Bij die seksuele opwinding (en het orgasme dat er meestal op volgt) komen o.a. de ‘prethormonen’ dopamine en endorfine vrij. Dopamine is de stof die vrijkomt bij het ervaren van prettige prikkels en die vraagt om herhaling. Endorfine is een natuurlijke pijnstiller die geestelijke of lichamelijke pijn verdooft en ervoor zorgt dat je je eenzaamheid, stress, angst of falen even niet meer voelt. Als je partner naar porno kijkt, krijgt hij dus zowel een kick als een verdoving. De kick zorgt ervoor dat hij zich prettig voelt en meer energie krijgt. De verdoving maakt dat alle moeilijke gevoelens en pijn even helemaal weg zijn. Die combinatie maakt porno enorm aantrekkelijk.

2.Perfecte fantasiewereld – Behalve de prethormonen biedt pornografie je partner ook een anonieme fantasiewereld waarin hij zich kan verliezen. In die wereld is alles perfect en is niets onmogelijk. De wereld van de porno biedt hem een gemakkelijke oplossing voor een behoefte of leegte die hij vanbinnen heeft. Welke behoefte of leegte dat is, is voor iedere man weer verschillend.
Misschien voelt je partner zich vaak waardeloos, nutteloos of afgewezen. Porno kan hem dan – voor even – het gevoel geven dat hij geliefd, gezien en begeerd is. Porno kan je man de illusie geven van verbondenheid met de vrouwen die hij ziet, zonder al het ‘gedoe’ dat een echte relatie vereist. Porno kan hem helpen zich te ontspannen (als hij veel stress ervaart) of zich te amuseren (als hij zich verveelt). Porno kan voor hem een beloning zijn die hij ‘nu eenmaal verdient’ omdat hij zoveel verplichtingen heeft. Voor andere mannen is porno kijken een manier om hun boosheid af te reageren of om wraak te nemen op God en/of hun partner die hun niet geven wat zij graag willen. Als je partner zich schuldig voelt, verlost porno hem tijdelijk van die lastige gevoelens. En op de momenten dat je partner walgt van zichzelf, zichzelf afwijst of haat, helpt porno hem om zich helemaal over te geven aan gevoelens van zelfmedelijden.

3.CopingmechanismePorno zorgt er dus voor dat je partner zich beter voelt door de stofjes die vrijkomen in zijn lichaam en omdat porno het antwoord is op een behoefte of leegte die hij ervaart. Porno kan daardoor gaan functioneren als een copingmechanisme. Dat is een min of meer automatische manier van omgaan met problemen en negatieve gevoelens. Je partner voelt zich bijvoorbeeld eenzaam, gaat porno kijken en merkt dan dat porno hem helpt om zich tijdelijk even beter te voelen. Vervolgens gaat hij vaker porno kijken als hij zich eenzaam voelt en dat zorgt ervoor dat de behoefte aan porno steeds groter wordt. Er ontstaat uiteindelijk een direct verband tussen de negatieve gevoelens en de honger naar porno. Alleen al het voelen van eenzaamheid zal dan onmiddellijk leiden tot zin om porno te kijken.

4.Verslavingseffect – Onze hersenen zijn niet gemaakt voor de enorme hoeveelheid aan seksuele prikkels die iemand opdoet die veel porno kijkt. Als wij geconfronteerd worden met heel harde geluiden, doen we automatisch onze handen voor onze oren. We sluiten onze oren af, omdat ze niet gemaakt zijn voor zulke sterke geluidsprikkels. Onze hersenen werken op een soortgelijke manier. Als ze geconfronteerd worden met heel veel seksuele prikkels, sluiten ze zich daarvoor af. Dat betekent dat het beloningssysteem in de hersenen steeds minder gevoelig wordt. Seksuele prikkels die voorheen nog tot opwinding leidden, doen dat dan niet meer. Om steeds hetzelfde effect te krijgen van porno, zijn er dus steeds sterkere prikkels nodig. En zo ontstaat een pornoverslaving.

Vragen bij 2. Waarom is porno zo aantrekkelijk?

  1. Wat is je eerste reactie op het lezen van deze vier punten? Heftig, interessant, verduidelijkend, stom? En waarom?
  2. Lees punt 2 nog eens goed door. Heb je een idee welke behoefte of leegte porno vervult voor je man? Of in welke situaties hij vooral porno kijkt/keek?
  3. Wat denk je? Is het voor mannen makkelijk om te breken met porno? Of juist niet? Is het überhaupt mogelijk? Of niet? Of niet altijd?
  4. Ben jij zelf gevoelig voor het kijken naar porno of voor andere dingen die jou helpen pijn te verdoven, een kick te krijgen of een behoefte of leegte te vervullen? Hoe werkt dat voor jou?

3. Wat zijn de gevolgen van porno kijken?

Porno kijken is niet zo onschuldig als sommige mensen beweren. De laatste tijd wordt steeds meer bekend over de gevolgen die porno heeft, zowel voor de gebruiker als voor anderen.

1.Emoties/gedrag

  • Vermijden van intimiteit – Iemand die veel porno kijkt, durft steeds minder zichzelf te geven aan anderen, omdat er in zijn hart iets zit waar hij niemand bij wil laten. Dat zorgt voor eenzaamheid die hem weer meer doet verlangen naar porno.
  • Passiviteit – Veel mannen worden passief. Ze laten verantwoordelijkheden liggen en nemen steeds minder vaak initiatief. Het leven van een verslaafde concentreert zich steeds meer rondom de momenten van gebruik van porno.
  • Boosheid – Mannen die veel porno kijken zijn soms heel boze mannen. Boosheid kan voor je man ook een manier zijn om jou en anderen op afstand te houden (zodat je het pornogebruik niet ontdekt, of stopt met zeuren over zijn pornogebruik), om zichzelf niet schuldig te voelen of om uiting te geven aan de enorme boosheid op zichzelf, die hij diep vanbinnen voelt.
  • Zelfveroordeling, zelfbestraffing, zelfverwijt – Als je partner veel porno kijkt, terwijl hij tegelijk porno afkeurt, zal dat leiden tot zelfafkeuring en zelfbestraffing. Je merkt dat bijvoorbeeld doordat hij heel negatief over zichzelf praat.

2.Seksualiteit

  • Pornoficeren van jullie seksuele relatie – Veel vrouwen ervaren dat hun partner porno als het ware meeneemt in de seksuele relatie. In plaats van veilige, liefdevolle, niet-zelfgerichte seks, verlangt hij naar een ‘dierlijke’ seks waarbij hij erg op zichzelf gericht is. Je kunt dit als vrouw merken doordat je man weinig rekening houdt met jou tijdens het vrijen of doordat je je een gebruiksvoorwerp voelt. Misschien dringt je man vaak aan op seks of vraagt hij bepaalde dingen van je die voor jou niet goed of veilig voelen.
  • Verminderde interesse in seks – Het pornogebruik van je man kan er ook toe leiden dat hij juist geen seks meer wil en passief wordt op seksueel vlak. Dat kan weer het gevolg zijn van het ongevoeliger worden van het beloningssysteem. Hij ervaart dan geen opwinding meer bij normale seksuele prikkels, en kan als gevolg daarvan geen erectie krijgen of houden. Het is ook mogelijk dat je man geen seks meer met je wil omdat hij een innerlijk conflict ervaart met zijn dubbelleven.

3.Andere gevolgen voor hem

  • Ontrouw en strafbare feiten – De verminderde werking van het beloningssysteem zorgt ervoor dat je man op zoek moet naar steeds sterkere seksuele prikkels. Dit kan ertoe leiden dat je partner extremere vormen van porno gaat kijken. In sommige gevallen kan het leiden tot het verleggen van grenzen op allerlei gebieden, zoals prostitutiebezoek, onveilige seks met andere vrouwen en/of mannen, kinderporno, voyeurisme of exhibitionisme.
  • Financiële, juridische en lichamelijke gevolgen – sommige mannen spenderen duizenden euro’s aan prostitutiebezoek of het bellen van sekslijnen, anderen krijgen te maken met politie of justitie vanwege strafbare feiten of lopen een soa op.

4.Overige

  • Kinderen – Het is mogelijk dat de kinderen iets meekrijgen van het pornogebruik van je partner. Soms omdat ze ergens in huis of op de computer porno vinden, soms omdat ze toevallig de kamer komen binnenlopen terwijl je partner porno kijkt en/of masturbeert.
  • Porno-industrie – pornografie laat vaak zien hoe vrouwen agressief worden behandeld of worden vernederd. Pornoactrices moeten acteren dat ze de vernederende handelingen waarderen en hiervan zelfs genieten. Vaak hebben pornoactrices cocaïne nodig om dit werk te kunnen blijven doen.

Vragen bij 3. Gevolgen van porno

  1. Welke van de bovenstaande gevolgen herken jij? Welke vind je het moeilijkst/pijnlijkst?
  2. Heb je weleens met je partner gesproken over deze gevolgen? Waarom wel/niet?
  3. Welke gevolgen heeft het feit dat je partner porno kijkt (of ontrouw was of …) voor jouzelf?

4. Wat zegt de Bijbel?

Veel mannen ervaren dat ze niet meer zonder porno (seks-chats e.d.) kunnen. Ze voelen zich ver-slaaf-d. In de Bijbel lezen we echter dat Jezus  is gekomen om mensen vrij te maken. We hoeven dus helemaal geen slaven meer te zijn; we mogen leren leven in vrijheid. Jezus gunt ons een veel beter leven dan verstrikt zitten in het web van pornografie: Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen (Galaten 5:1).

Ook op andere plekken in de Bijbel kun je aanwijzingen vinden over wat God zegt over porno.

  • Het woord ‘pornografie’ komt oorspronkelijk uit het Grieks. Het wordt in de Bijbel vertaald met ontucht/hoererij. Het gaat dan om seks die niet toegestaan is; seks buiten het  exclusieve huwelijksverbond om.Maar bedenk dat het lichaam er niet is om ontucht mee te plegen: het is er voor de Heer en de Heer is er voor het lichaam (1 Korintiërs 6:13b).Houd het huwelijk in ere, in alle omstandigheden, en houd het echtelijke bed zuiver, want overspeligen en echtbrekers zal God veroordelen (Hebreeën 13:4).
  • God heeft seksualiteit bedoeld binnen een verbond van liefde en trouw waarbij het dragen van verantwoordelijkheid hoort:Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt’ (Genesis 2:24).
  • In het Oude Testament wordt overspel expliciet verboden in de Tien Geboden. In de Bergrede scherpt Jezus dit gebod nog verder aan:Jullie hebben gehoord dat er gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” En ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd (Matteüs 5:28).
  • God roept ons op om lief te hebben:Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. (…) heb uw naaste lief als uzelf (Matteüs 22: 37 en 39).Liefhebben betekent o.a. dat je het beste zoekt voor de ander. Door met begeerte te kijken naar pornosterren en zichzelf daarbij te bevredigen heeft je partner deze vrouwen niet lief; hij gebruikt ze. Porno kijken is ook niet het beste voor jou als vrouw of voor hemzelf; het levert schade op, en daarnaast staat het haaks op het liefhebben en eren van God.

Vragen bij 4. Wat zegt de Bijbel?

  1. Kun je eens opschrijven welke gedachten je hebt bij het lezen van deze Bijbelteksten?

5. Breken met porno-/seksverslaving

Vaak zijn mannen vooral gericht op het-niet-meer-doen. Ze zien porno als het echte probleem en zoeken de oplossing dan in meer zelfbeheersing en zelfcontrole. Meestal heeft dit tot gevolg dat de drang om porno te kijken alleen maar toeneemt en daarnaast wordt het echte probleem, de dieper liggende oorzaak, niet aangepakt. Vrouwen gaan soms mee in deze niet-meer-doen-strategie door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Als je echt van mij houdt, dan doe je het niet meer, want dan doe je mij geen pijn meer.’ Als je merkt dat hij dan toch weer porno gekeken heeft, voel je je machteloos, vind je hem egoïstisch is en begrijp je niet dat hij geen rekening houdt met jou en waarom hij zijn beloftes niet gewoon nakomt. Met elke terugval worden het vertrouwen en de hoop op herstel een stukje minder. En dat maakt het voor je partner wellicht aantrekkelijk om zijn volgende terugval te verzwijgen.

Gericht zijn op het-niet-meer-doen helpt in de meeste gevallen dus niet. Wat helpt dan wel? De weg uit een porno-/seksverslaving is vaak een lange weg. Om van zijn verslaving af te komen moet de verslaafde een aantal dingen gaan doen:

1.Probleem erkennen– Hij moet eerlijk tegen zichzelf zijn en erkennen dat hij afhankelijk is geworden van pornografie, zonder daarbij de schuld aan anderen te geven of zich te verschuilen achter de ‘makkelijke toegang tot porno’ en de ‘behoeftes die elke man nu eenmaal heeft’. Het probleem zit in zijn eigen hart. Dit vraagt onvoorwaardelijke openheid en eerlijkheid.

Wat kun jij doen? Besef dat je partner niet kan werken aan zijn problemen zolang hij daarvoor geen verantwoordelijkheid neemt. Stop daarom met de oorzaak van zijn pornogebruik bij jezelf te zoeken en accepteer dat jij het ook niet kunt oplossen. 

2.Openheid geven– Definitief breken met porno vraagt onvoorwaardelijke openheid en eerlijkheid. Voor veel mannen is dit heel moeilijk. Angst voor afwijzing en schaamte spelen vaak een grote rol. Wat zal die ander denken als hij/zij echt alles van mij weet? Toch is dit essentieel. Zolang je partner ervoor kiest om dingen achter te houden, niet volledig te vertellen of geheim te houden, zal hij niet werkelijk vrij kunnen worden of blijven.

Wat kun jij doen? Je kunt je man niet dwingen om alles te vertellen, maar je kunt wel aandringen op openheid en duidelijk maken dat dit een vereiste is om echt vrij te komen. Niet alle vrouwen hebben er behoefte aan om alle details van de verslaving te weten; de hoofdlijnen zijn voor hen voldoende. Voor je partner is het echter wel belangrijk dat hij volledige openheid geeft over alles wat hij gedaan heeft en dat hij deze dingen gaat delen met een andere man, bijvoorbeeld een goede vriend of hulpverlener. Wil je als vrouw het liefst wel alles weten? Ook dan is het voor je partner belangrijk dat hij – behalve aan jou – openheid geeft aan iemand buiten jullie relatie.

3.Hulp vragen– Daarbij zal hij moeten erkennen dat hij hulp nodig heeft, dat hij niet in zijn eentje in staat is de verslaving te overwinnen. Hij zal openheid moeten gaan geven bij een hulpverlener, een goede vriend, een voorganger of nog andere mensen, en hen om hulp vragen.

Wat kun jij doen? Het kan aanlokkelijk zijn om het probleem binnen jullie relatie te houden en er geen anderen bij te betrekken. Meestal spelen schaamte of de angst voor veroordeling daarbij een rol. Het is echter van belang dat je als vrouw beseft dat jij niet de rol van hulpverlener of moeder kunt hebben voor je partner en dat je partner iemand nodig heeft buiten de relatie die hem verder kan helpen.

4.De onderliggende oorzaak aanpakken– Porno heeft voor je partner langere tijd een functie en betekenis gehad. Het had te maken met omgaan met problemen, wegvluchten of verdoven. Porno vervulde een leegte of was een ‘oplossing’ voor een onderliggende behoefte. Je man zal moeten ontdekken welke behoeftes hij werkelijk heeft, welke nare ervaringen hem bang gemaakt hebben, welke pijn hij nooit verwerkt heeft of wanneer hij eenzaam is. Hij moet ontdekken wie de persoon achter de verslaving werkelijk is, wat hem gevormd heeft en wat hem beschadigd heeft, waarin hij zich kwetsbaar voelt en wat hem ten diepste gevangen houdt om vrij te leven. Voor elke pornoverslaafde is het belangrijk dat hij leert om gevoelens te erkennen, te herkennen en te uiten. Hij zal eerlijk moeten worden en opnieuw verbinding moeten leren aangaan met anderen.

Wat kun jij doen? Wees niet gericht op alleen de buitenkant – het stoppen met porno. Besef dat het probleem dieper zit en dat het nodig is dat je man met die diepere dingen aan de slag gaat. Het is mooi als je het kunt opbrengen om hem daarin aan te moedigen zonder te vervallen in medelijden of overdreven zorg en zonder uit het oog te verliezen wat jij zelf als partner nodig hebt.

5.Volhouden – Er is geen makkelijke manier om van porno af te komen. Je partner zal moeten leren om door te zetten en vol te houden, juist ook als het proces lang duurt en moeilijk is. Volharden is ook nodig als er terugvallen zijn. Het vrij worden van porno gaat vaak gepaard met terugvallen en volharding betekent dan dat hij niet toegeeft aan gedachten als: ik ben weer helemaal terug bij af, het gaat mij toch nooit gaat lukken om te breken met porno, ik ben nu eenmaal een hopeloos geval. Hij moet open zijn over een terugval, en op zoek gaan naar de aanleiding voor die terugval en daarvan leren.

Wat kun jij doen? Houd vast aan de waarheid dat mannen hier echt mee kunnen breken als ze willen. Ga niet mee in de moedeloosheid of hopeloosheid die hij kan hebben. Wees niet al te bang voor een mogelijke terugval. Denk er (samen) over na en bespreek dit. Je hebt ten diepste niet een partner nodig die nooit meer faalt, maar een partner die zijn falen onder ogen durft te zien, daarvoor verantwoordelijkheid neemt, en daarvan leert en verder groeit. Vertel dit ook aan hem!

6.Overgave Wanneer hij christen is, is het belangrijk dat er een moment komt dat je man zich helemaal wil en kan overgeven aan God. Voor sommige mannen markeert deze overgave het beginpunt van het herstelproces. Voor anderen vindt dit plaats gedurende het proces van herstel. Voor sommigen is het een groot, indrukwekkend moment, voor anderen is het een geleidelijke overgave. Jezus is naar deze wereld gekomen om zondaars te redden. En als je partner erkent dat hij het niet langer zelf kan, dat hij vies is en ernaar verlangt om schoongewassen te worden, verandert er iets wezenlijks. God ziet hem dan als rechtvaardig en door de Geest van God is het mogelijk om rein voor God te leven. Je geliefde leeft dan niet langer voor zichzelf en zijn behoeftes, maar voor Jezus, die hét antwoord is op zijn zwakten, leegtes en noden. Jezus geeft mensen een veel beter leven dan gevangen zitten in het web van pornografie. Hij is een Bevrijder!

Wat kun jij doen? Blijf of ga daarom bidden voor je man. Leg hem in gebed voor de troon van de Almachtige die jou en hem ten diepste kent en die ernaar verlangt dat jouw partner zichzelf aan Hem overgeeft. Maak ook zelf de keuze om jezelf aan Hem over te geven. Leef niet voor jezelf, voor het redden van je man of voor een verslavingsvrij huwelijk. Leef voor Hem en wees ervan verzekerd dat jij (en hij!) intens geliefd zijn door Hem die jullie ziet en kent!

 Vragen bij 5. Breken met porno-/seksverslaving

  1. Herken jij dat jij en/of je partner gericht waren op het-niet-meer-doen? Geloof je dat het-niet-meer-doen niet echt helpend is? Waarom wel/niet?
  2. Welke van de zes genoemde stappen heeft je partner gezet? Welke niet?
  3. Lees nog eens wat er aan het einde van elke stap staat, na ‘Wat kun jij doen?’ Schrijf voor jezelf eens op wat jij de komende periode wilt gaan doen of waarmee je wilt (leren) stoppen.

Thuisopdracht

  1. Probeer één van deze actiepunten (zie antwoord op de laatste vraag) concreet te gaan toepassen de komende weken. Schrijf op wanneer het gelukt is en wanneer niet en neem dit mee naar de bijeenkomst.
  2. Probeer de komende weken eens te letten op jouw gedachten over je partner. Hoe kijk je naar hem? Hoe denk je over hem? Zie je hem bijvoorbeeld vooral als zielig, zwak, een slachtoffer, iemand met wie je medelijden hebt? Of juist als slecht, zondig, iemand die eigenlijk niets meer goed doet? Of is het voor jou nog anders?
    Houd vervolgens bij wat deze gedachten uitwerken. Hoe spreek je over hem? Hoe spreek je met hem? Hoe behandel je hem? En is dat helpend? Voor hem? Voor jou? Voor het breken met de porno-/seksverslaving? Welke dingen zijn goed? Welke dingen zou je willen veranderen?

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de gespreksgroepen van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk.

Bijeenkomst 4: Zorgen voor jezelf

Bijeenkomst 4: Zorgen voor jezelf

 

Doel

In deze bijeenkomst van de gespreksgroep gaan we kijken naar het onderwerp: ‘Zorgen voor jezelf’. Dat is een belangrijk onderwerp als je een relatie hebt met iemand die porno- of seksverslaafd is. En tegelijk kan het ook een lastig onderwerp zijn. Hoe zorg je voor jezelf temidden van alles wat je meemaakt? Wat is daarin helpend en wat is dat niet?

Voorbereiding

We vragen je thuis alvast het volgende te doen ter voorbereiding op deze bijeenkomst:

  • Lees het materiaal helemaal door. Heb je er vragen over, of springt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht
  • Het is ook handig om het materiaal mee te nemen op je tablet of om het uit te printen.

Inleiding ‘Zorgen voor jezelf’

1. Een belangrijke vraag

Voordat we gaan kijken naar het thema: ‘Zorgen voor jezelf’ beginnen we met de vraag waar veel partners van porno- en seksverslaafden zich in zullen herkennen: Hoe zorg ik ervoor dat mijn man stopt met zijn verslaving/ontrouw/gedrag?  Herken je dit bij jezelf? Wanhopig kun je op zoek zijn naar hét antwoord, dé oplossing, dé sleutel die ervoor zorgt dat hij eindelijk breekt met datgene wat jou zo onnoemelijk veel verdriet doet. Misschien ben je boos geworden, heb je gesmeekt, gedreigd, gecontroleerd. Of misschien heb je je gevoelens juist verborgen gehouden, gedaan alsof het geen pijn deed, heb je alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat hij zich goed zou voelen en ben je over je eigen grenzen heen gegaan. Allemaal met het doel ervoor te zorgen dat hij (blijvend) stopt met porno kijken, vreemdgaan, liegen, of wat hij dan ook maa deed waardoor jij verwond bent geraakt.

Het is niet zo raar trouwens dat die vraag belangrijk voor je is geworden. Door zijn (digitale) ontrouw, het liegen, verdraaien en ontkennen is je relatie onveilig geworden. Je dacht je geliefde te kunnen vertrouwen, maar het vertrouwen is beschadigd of helemaal verwoest. Je dacht dat jij de belangrijkste was voor je partner, maar nu blijkt dat hij zich bezig hield met talloze andere vrouwen, en dat doet pijn. Om te voorkomen dat je opnieuw gekwetst wordt, wil je ervoor zorgen dat hij er blijvend mee stopt.

Veel partners ontwikkelen daarvoor 2 strategieën:

Beheersen

  • je doet er alles aan om hem ervan te overtuigen dat hij moet stoppen met zijn verslaving of zijn gedrag moet veranderen;
  • je controleert hem voortdurend;
  • je dreigt met weggaan of met andere dingen, maar je voert het nooit uit;
  • je bevraagt hem voortdurend, en laat hem je woede zien;
  • je regelt hulpverlening of andere dingen voor hem;
  • je gedraagt je als een soort moeder of als zijn hulpverlener.

Aanpassen

  • je houdt zijn verslaving geheim voor de buitenwereld;
  • je praat zijn gedrag goed;
  • je denkt dat het jouw schuld is dat hij verslaafd is en probeert jezelf daarom te veranderen
  • je doet dingen of staat dingen toe  – bijvoorbeeld op seksueel gebied – die je eigenlijk helemaal niet wilt;
  • je negeert of verbergt de gevolgen die de verslaving heeft (voor jezelf, je partner en/of anderen).

Gevolgen

In welke strategie je jezelf ook herkent (of misschien herken je ze beiden wel): beiden hebben gevolgen voor jezelf:

  • Je hebt geen aandacht voor je eigen gevoelens. Je bent steeds bezig met de ander en daardoor neem je geen ruimte voor eigen gevoelens van verdriet en boosheid of je stopt deze steeds weg. Dit is overigens niet alleen een gevolg, maar kan ook de réden zijn dat je je partner beheerst of jezelf aanpast: het ruimte geven aan je gevoelens kan zo moeilijk of pijnlijk voor je zijn, dat je (onbewust) je liever focust op je partner dan dat je aandacht geeft aan wat er in jou leeft.
    Het gevolg kan zijn dat je uitbarstingen van woede krijgt waar je je later dan weer schuldig over voelt. Als je geen aandacht geeft aan je eigen gevoelens, is de kans ook groot dat je verkeerde beslissingen maakt. Beslissingen neem je niet alleen op basis van gevoelens, maar het uiten en verwerken van gevoelens zijn wél nodig om zelf gezond te worden, en van daaruit goede beslissingen te kunnen nemen.
  • Je hebt stress en lichamelijke klachten. Als je geen aandacht geeft aan je eigen leven, gevoelens en behoeften, komt je lichamelijke en geestelijke gezondheid in gevaar. Stress kan leiden tot allerlei lichamelijke klachten en je kunt bijvoorbeeld ook last krijgen van depressie en gevoelens van hopeloosheid.
  • Je hebt geen tijd voor normale, gezonde relaties. Als je je leven laat beheersen door je partner, is de kans aanwezig dat je andere relaties daaronder gan lijden. Omdat je geen tijd meer hebt voor gezonde relaties, voel je je steeds meer eenzaam en onbegrepen.
  • Je raakt het contact met God kwijt. Je parter (of een verslavingsvrij huwelijk) kan als het ware je afgod geworden. Niet God en Zijn woord regeren jouw leven, maar de verslaafde of de verslaving. Je leeft daardoor niet in de vrijheid en de waarheid waartoe God je geroepen heeft en je kunt het gevoel hebben dat je het contact met God kwijtraakt.
  • Wegvluchten. Om te kunnen omgaan met de pijn en eenzaamheid die je ervaart, kun je zelf verslavingsgedrag gaan vertonen; je wordt bijvoorbeeld afhankelijk van alcohol, drugs, gokken, eten, gamen etc. Of je vlucht weg in het aangaan van of fantaseren over relaties met andere mannen.

Vragen bij 1. Een belangrijke vraag

1. Herken je de vraag: ‘Hoe zorg ik ervoor dat hij stopt?’ en wat was jouw antwoord erop?
2. Herken je één van beide strategieën? Welke was het meest aanwezig en wanneer?
3. Herken je één of meer van de genoemde gevolgen bij jezelf?


2. Een eerste stap

Beheersen of aanpassen zijn geen goede manieren om te zorgen voor jezelf. Sterker nog: ze maken de moeilije situatie waar je in zit, eigenlijk alleen maar erger. Wat kun je dan wel doen? Hoe zorg je dan wel op een goede manier voor jezelf?

Dat begint met het besef van de volgende 2 dingen:

1. Jij kunt er niet voor zorgen dat je partner stopt met zijn verslaving. Het is namelijk niet jouw schuld. Jij bent niet de oorzaak en je kunt het daardoor ook niet oplossen. Je kunt er niet voor zorgen dat hij de juiste keuzes maakt, je kunt hem niet dwingen om hulpverlening te zoeken en je bent niet verantwoordelijk voor wat hij doet, voelt of zegt.

2. Je bent wél beschadigd door wat er gebeurd is. Er zijn wonden geslagen. Veel mensen die (digitale) ontrouw meemaken, en te maken krijgen met een partner de jarenlang liegt, verdraait, ontkent en verwijt lopen zelfs een trauma op. Jouw wonden hebben aandacht en genezing nodig.

Vragen bij 2. Een eerste stap

1. Sta even stil bij wat hierboven geschreven staat. Lees de 2 punten langzaam door voor jezelf. Probeer eens te bedenken: ben je het hiermee eens? Geloof je dit echt?
2. Het is goed mogelijk dat er allerlei ‘ja-maars’ bij je naar boven komen. Zou je dit willen opschrijven om ze mee te nemen naar de groep?

 


3. Het verhaal van de tuinen

Het ‘zorgen voor jezelf’ kunnen we illustreren met het verhaal van de tuinen. Je kunt het leven van ieder mens voorstellen als een tuin. Ieder is verantwoordelijk voor zijn eigen tuin, voor wat daarin groeit en voor wat daarin gebeurt. Jij bent dus verantwoordelijk voor jouw eigen tuin. En je man is verantwoordelijk voor die van hem. Als je man verslaafd/ontrouw is, zou je kunnen zeggen dat zijn tuin een wildernis is geworden. Het opknappen en aanpakken van die wildernis is een taak die bij hem ligt; hij moet aan de slag en weer iets moois maken van zijn tuin. Wat veel parters van seksverslaafden echter doen, is: hun eigen tuin verlaten en aan de slag gaan in de tuin van hun man. Je gaat snoeien, opruimen, bemesten en planten in zijn tuin, terwijl hij als het ware rustig op een bankje zit toe te kijken of in het schuurtje ligt te slapen. Het gevolg hiervan is dat hij misschien niet echt de noodzaak ziet om zijn eigen verantwoordelijkheid op te pakken (jij bent immers degene die de handen uit de mouwen steekt in zijn tuin) en dat jij je eigen tuin (verantwoordelijkheden) verwaarloost!

Wat kun je doen als je dit herkent? Je moet dan zijn tuin verlaten en je eigen tuin betreden en dáár aan de slag gaan. Dat is moeilijk, want je moet dan misschien aanzien hoe hij zijn tuin nog meer laat verwilderen. En het is moeilijk, omdat je dan geconfronteerd wordt met de puinhopen in je eigen tuin, die je wellicht helemaal niet zo duidelijk zag toen je in zijn tuin aan de slag was. Je zou dit ook kunnen omschrijven als loslaten. Je laat zijn tuin, zijn proces, zijn verantwoordelijkheid los, om ruimte te krijgen voor je eigen tuin, je eigen proces, je eigen verantwoordelijkheid. Je geeft je man daarmee de ruimte om aan de slag te gaan met de dingen waarvoor hij zelf verantwoordelijk is: zijn eigen tuin. Als jij loslaat, wordt hij immers zelf geconfronteerd met de gevolgen van zijn verslaving en dat kan hem helpen om te beseffen dat hij zelf een keuze kan maken om ermee te breken. Je geeft je man als het ware over aan God. Je geeft daarmee aan dat jij niet langer op de plek wilt staan die alleen God toebehoort. Niet jij bent de redder van je man, maar alleen God kan Zijn redder zijn.

Loslaten kan angst inboezemen. Je laat los wat vertrouwd was, wat jouw een gevoel van veiligheid en controle gaf, en dat betekent dat de toekomst ineens onzekerder voelt. Wat gaat er gebeuren? ‘Moed is niet de afwezigheid van angst’, las ik eens. Je mág dus bang zijn. Maar laat de angst je er niet van weerhouden om te doen wat goed is om te doen. Breng je angst bij God. Vertel het Hem. Vraag Hem om moed en kracht, om je bij te staan op de nieuwe weg van loslaten. Realiseer je dat – alhoewel jij loslaat – God jou en je man niet loslaat. Jij mag Hem overgeven in die veilige Vaderarmen, waar jij zelf ook altijd welkom bent.

Vragen bij 3. Het verhaal van de tuinen

1. Herken je het verhaal van de 2 tuinen? Kun je een voorbeeld geven van het werken in zijn tuin?
2. Teken op een A4 2 tuinen; 1 van jou en 1 van je partner. Schrijf daarin op welke dingen in zíjn tuin thuishoren, en welke dingen in jouw tuin liggen.


4. Zorgen voor jezelf

Je mag dus aan de slag gaan in je eigen tuin. Dat is het enige waar jij verantwoordelijk voor bent. Dat is het leven dat jij van God ontvangen hebt. In Spreuken staat het zo mooi: ‘Van alles waar je over waakt, waak vooral over je hart.’ Neem jezelf voor om je te gaan richten op je eigen herstel. Ongeacht welke stappen je man gaat nemen (of hij doorgaat met zijn verslaving of ook de weg van herstel inslaat): jij mag zorgdragen voor jezelf. Wat is daarvoor nodig?

1. Je hebt iemand nodig die voor jou ‘een veilige plek’ is. Iemand met wie je je hart, je gevoel en vragen kunt delen. In het bijzonder heb je dat nodig als de ontdekking van de verslaving van je man nog maar een paar weken of maanden geleden is, als je man er niet voor kiest om te willen veranderen of als het in je relatie voor jou gewoon nog niet veilig genoeg voelt. Dat kan een vriendin zijn, een zus, een gemeentelid. Het kan een lotgenoot zijn (iemand die verder in herstel is) of een counselor. Deze groep is (hopelijk) voor jou ook een veilige plek, maar deze groep stopt ook weer. Zoek iemand die jou langdurig kan steunen en naast je kan staan en die van hetzelfde geslacht is; een soort van buddy.

2. Geef aandacht aan de emoties die je hebt. In een volgende bijeenkomst van de groep gaan we hier nog dieper naar kijken. Je bent misschien geneigd om je gevoel weg te stoppen. Het lijkt veel aantrekkelijker om met een grote boog heen te gaan om al de moeilijke gevoelens als boosheid, angst, verdriet, schaamte, afwijzing. Maar gevoelens verstoppen of ontkennen zorgt er niet voor dat ze verdwijnen. Uiteindelijk worden ze alleen maar erger en zal je herstel langer duren.

3.  Neem tijd met God. Neem jezelf voor om dagelijks tijd te nemen voor en met God. Hij kent je, Hij weet waar je doorheen gaat en wat je nodig hebt. Richt je hart op Hem. Zoek troost bij Hem, leer om te schuilen bij Hem. Lees in Zijn woord dat volstaat vol met beloftes voor jou, juist als je door moeilijke tijden heen gaat. Lees in de Psalmen en ontdek hoeveel ruimte er in Gods woord is om gevoelens te mogen uiten. Ontdek de waarheden die in de Bijbel staan over wie jij bent in Christus: geliefd, mooi gemaakt, een dochter van de Allerhoogste. Als alles om je heen wankelt, mag je weten dat hij de Rots onder je voeten is. Hij zal je nooit afwijzen, nooit tegen je liegen, je nooit in de steek laten.

4. Neem tijd voor je herstel. Plan vaste momenten in waarop je je actief bezig gaat houden met je eigen herstel. Lees een boek, een artikel, beluister een lezing of houd een dagboek bij. Het gaat hier niet om het verzamelen van zoveel mogelijk informatie, maar lees en luister biddend: vraag God om aan jou te laten zien welke dingen er in jouw tuin liggen, waar jij mee mag beginnen. En maak dat vervolgens concreet. Oefen jezelf in het aanleren van nieuwe en afleren van oude dingen en vraag je buddy om je daarbij te helpen.

5. Zorg voor jezelf. Zorg goed voor jezelf door gezond te eten, voldoende te bewegen en te zorgen voor rust en ontspanning. Maak tijd vrij voor een hobby en voor vriendschappen of dingen waar je van geniet. Schroom niet om mensen te vragen je praktische ondersteuning te bieden (bv oppassen op je kinderen) als jij dat in deze periode nodig hebt en als dat jouw herstel bevordert.

Vragen bij 4.Zorgen voor jezelf

1. Welke van deze 5 punten zijn al aanwezig in jouw leven? Welke nog niet of niet voldoende? Wil je hierin iets veranderen? Wat en hoe?

2. Ben je het ermee eens dat je iemand nodig hebt die als een ‘veilige plek’ voor je is?
Als je zo iemand nog niet hebt: wie zou je daarvoor kunnen vragen?
Als je al iemand hebt: hoe zou zij je de komende tijd kunnen helpen bij het ‘werken in jouw tuin’?


Thuisopdracht

  1. Probeer de komende tijd eens op te schrijven wanneer je de neiging had om in de tuin van je partner te werken. Wat was de aanleiding? Lukte het om eruit te blijven? Wat hielp je daarbij?
  2. Probeer ook elke dag tijd vrij te maken voor je eigen herstel en tijd met God. Wat gebeurt er als je dit doet?

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de gespreksgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk.

Bijeenkomst 5: Grenzen

Bijeenkomst 5: Grenzen

 

Doel

Deze bijeenkomst van de gespreksgroep gaan we aan de slag met het onderwerp ‘Grenzen’. Wat zijn grenzen eigenlijk? Waarom zijn grenzen nodig? Wat zijn jouw persoonlijke grenzen en hoe stel je die op een goede manier? Tenslotte kijken we naar verschillende valkuilen waarmee je te maken kunt krijgen.

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

Ter voorbereiding op de bijeenkomst vragen we je om het volgende te doen:

  • Lees het materiaal thuis helemaal door. Heb je er vragen over, of springt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.

Inleiding ‘Grenzen’

1. Wat zijn grenzen?

Je kunt je man niet redden of veranderen, ontdekten we in de vorige bijeenkomst. Jij bent niet de oplossing of oorzaak van zijn pornogebruik en je kunt hem niet dwingen om ermee te stoppen. Maar wat moet je dan doen als je man gewoon door blijft gaan met porno kijken? Misschien heeft iemand het al eens tegen je gezegd: ‘Je moet grenzen gaan stellen.’ Het klinkt zo makkelijk, maar wat betekent het? Wat is een grens? En hoe stel je die dan?

Wat is een grens?

Een voorbeeld van een grens is een hek om een tuin. Het hek maakt duidelijk waar jouw tuin eindigt en waar de tuin van de buurman begint. Henry Cloud en John Townsend omschrijven het in hun boek Grenzen op deze manier:

Met grenzen definiëren we onszelf. Een grens maakt duidelijk wat van mij is en wat niet van mij is, waar ik eindig en waar iemand anders begint. Grenzen laten ons zien waar we verantwoordelijk voor zijn. Maar laten ook zien wat ons eigendom niet is en waar wij niet voor verantwoordelijk zijn.

Grenzen gaan dus vooral over jouzelf: ze zeggen iets over wie jij bent, over wat tot jouw eigendom behoort en waar jij verantwoordelijk voor bent. God zelf is een God van grenzen. Hij maakt in de Bijbel bekend wie Hij is, wat Hij wil en wat Hij niet wil. Hij begrenst ons en moedigt ons aan om dat te doen: Van alles waar je over waakt, waak vooral over je hart. Het is de bron van het leven’ (Spreuken 4:23).

Wat is de functie van een grens?

Stel je eens voor dat je als klein meisje op school geplaagd werd door iemand die steeds aan je haren trok. Je vond het vervelend, het deed pijn en heel diep van binnen voelde je het wel: dit wil ik niet, het moet stoppen. Je maakte dat misschien duidelijk door nee of stop te zeggen, door de plagende hand weg te duwen toen dat niet hielp, of door uiteindelijk weg te lopen. Je voelde de grens (ik wil niet dat je aan mijn haren trekt) en je maakte die grens duidelijk door woorden (nee, stop) en door daden (wegduwen, weglopen). Door de grens te voelen en door die te uiten, beschermde je jezelf. En dat is een belangrijke functie van het stellen van grenzen: het beschermen van jouw eigendom en verantwoordelijkheid. Door je grens te communiceren zeg je dus iets over wie jij zelf bent, over wat je wel en niet wilt en over wat jij al dan niet zult toestaan in jouw ‘tuin’.

Dat kleine meisje kon de plager echter niet dwingen om te stoppen met plagen. Met het stellen van grenzen kunnen ook wij de ander niet dwingen om te doen wat wij graag willen. De ander beslist nog steeds zelf wat hij al dan niet met jouw grens doet. Grenzen zijn dus geen middel om de ander te manipuleren of macht over iemand uit te oefenen. Sterker nog: grenzen hebben te maken met vrijheid. Jij hebt de vrijheid om aan te geven wie je bent en wat je wel of niet wilt. En de ander heeft de vrijheid om zelf te kiezen wat hij daarmee doet. Cloud en Townsend zeggen het zo: Door grenzen te stellen garanderen we de vrijheid van onze echtgenoot, terwijl diens onverantwoordelijkheid tegelijk wordt beperkt. Uit deze definitie kunnen we een tweede functie van grenzen afleiden: de ander wordt geconfronteerd met zijn onverantwoordelijkheid en daarin beperkt. De ander confronteren met onverantwoord gedrag is ook een vorm van liefde. Gary Chapman noemt dit ‘harde liefde’. In zijn boek Echt Scheiding? legt hij uit dat liefde altijd bezorgd is om het welzijn van de ander en dat je daarom liefdevolle actie moet durven ondernemen als de ander keuzes maakt die vernietigend zijn voor hemzelf en het huwelijk. Het is zelfs niet liefdevol om toe te staan dat iemand doorgaat met vernietigend gedrag. Liefde moet confronteren. Dat is harde liefde. En dat is echte liefde.

Vragen bij 1. Wat zijn grenzen?

  1. Schrijf eens in je eigen woorden op wat een grens is.
    2. Grenzen hebben twee functies. Welke zijn dat?
    3. Kun je een voorbeeld geven uit je eigen leven waarin jij een grens stelde (probeer een voorbeeld te bedenken dat niet te maken heeft met de verslaving van je man). Was het een goede grens? Kwamen de twee functies van grenzen erin tot uitdrukking? Waarom wel/niet?

2. Wat zijn JOUW grenzen?

Je hebt iets geleerd over grenzen in het algemeen. Nu is het nodig om na te denken over jouw eigen grenzen. Jouw persoonlijke grenzen zijn van jou; ze zeggen iets over wie jij bent en wie je niet bent, wat bij jou past en wat niet, wat jij wilt en wat je niet wilt. Je kunt daarom niet klakkeloos de grenzen van een ander opvolgen. Je zult zelf goed moeten gaan nadenken over wat jouw eigen grenzen zijn.

Stilstaan. Nadenken over jouw grenzen begint met stil te durven staan bij gedachten en gevoelens die je hebt over het pornogebruik van je partner. Dat is vaak moeilijker dan het in eerste instantie lijkt. Misschien ben jij gewend om gevoelens en gedachten hierover automatisch weg te stoppen en heb je daardoor geen idee waar jouw eigen grenzen eigenlijk liggen, of misschien heb je je grenzen in de loop der jaren steeds verlegd. Het is ook mogelijk dat je je juist enorm laat beheersen door je gevoel en dat je jarenlang hebt geschreeuwd, gemopperd of gedreigd. Als je wilt leren op een gezonde manier met grenzen om te gaan, leer dan eerst om stil te staan en om naar binnen te kijken. Neem er de tijd voor. Denk ook na over de vraag: Wat zijn de gevolgen van porno-/seksverslaving voor mijn partner, voor mij, voor onze kinderen, voor onze relatie? Wat is nodig om te breken met porno-/seksverslaving? Wat is nodig voor relatieherstel?

Concreet maken.Een volgende stap is om duidelijk te gaan omschrijven wat jij denkt dat er moet gaan gebeuren. Maak dat concreet door antwoord te geven op de volgende twee vragen:

  • Met welke acties of gedragingen wil ik dat mijn man stopt? Wees daarbij reëel. Maak geen ellenlange waslijst met dingen die jij veranderd wilt zien. Beperk je in eerste instantie tot die zaken die op dit moment van wezenlijk belang zijn. Daarbij gaat het er niet om dat je man perfect wordt, maar dat jij, hij en jullie huwelijk weer gezond worden.
  • Wat wil ik dat hij wel gaat doen? Bedenk niet alleen datgene waarmee hij volgens jou moet stoppen, maar ook datgene wat hij wél kan doen.

Formuleer je grens. Een grens is pas een grens als je die communiceert. En dat communiceren zou je zo duidelijk en open mogelijk moeten doen. Zwijgen, zuchten, mopperen, dreigen, schreeuwen of boos kijken valt niet onder duidelijke communicatie. Formuleer daarom eerst voor jezelf je grens in duidelijke woorden, zodat je die later kunt communiceren naar je man. Vermeld daarbij ook waarom je de grens stelt en binnen welke termijn je wilt dat hij de zaken geregeld heeft. Een paar voorbeelden:

  • Ik wil dat je stopt met porno kijken. Porno beschadigt jou, onze relatie en ook mijzelf. Ik wil dat je hulp gaat zoeken om ervan af te komen. Binnen een week wil ik van jou horen welke stappen m.b.t. hulp je hebt gezet.
  • Ik wil dat je stopt met tegen me schreeuwen als we praten over jouw pornoverleden. Ik verlang ernaar dat we open kunnen praten over wat er toen gebeurd is. Als je weer tegen me schreeuwt, dan zal ik ons gesprek beëindigen. En als dit niet verbetert, zal ik zelf op zoek gaan naar hulpverlening voor mijzelf.
  • Ik wil dat je mijn ‘nee’ respecteert als jij seksuele toenadering zoekt. Ik verlang naar een herstelde relatie met jou, ook op seksueel gebied, maar daarvoor is het nodig dat mijn ‘nee’ er ook mag zijn. Als jij doorgaat nadat ik ‘nee’ heb gezegd, zal ik de slaapkamer verlaten en twee dagen op de logeerkamer slapen.

Vragen bij 2. Wat zijn JOUW grenzen?

  1. Is het in jouw situatie nodig om een grens te gaan stellen, denk je? Waarom wel of niet?
    2. Als je een grens zou moeten stellen, probeer deze dan eens te formuleren in je eigen woorden.

3. Wat mag het je kosten?

Je hebt nagedacht over de grens die jij wilt gaan stellen. Maar dat is niet voldoende. Je moet jezelf ook afvragen: ben ik bereid de prijs te betalen voor de keuze die ik maak? Dat is een moeilijke vraag, maar wel één die nodig is. In feite heb je elke keer twee keuzes: je accepteert wat hij doet, of je accepteert het niet. Je accepteert dat hij porno kijkt / tegen je schreeuwt / seksueel over je grenzen gaat, of je accepteert het niet. Misschien vind je dit heel simpel gesteld en kies je automatisch voor de tweede optie. Maar ik wil je vragen om daar nog eens goed over na te denken. Beide opties hebben namelijk gevolgen; aan elke keuze hangt een prijskaartje. Je kunt niet voor een optie kiezen zonder bereid te zijn de prijs daarvoor te betalen. Dat lijkt oneerlijk; je man overschrijdt je grenzen en jij moet een prijs betalen? Toch is het zo. De prijs die je betaalt, zijn de gevolgen die de twee opties voor jouzelf hebben:

Optie 1 – Ik accepteer het feit dat mijn man porno blijft kijken / tegen me schreeuwt / seksueel over mijn grenzen gaat.
Als je ervoor kiest om dit te accepteren, dan moet je je bewust zijn van de gevolgen die daarbij horen. Die gevolgen zijn bijvoorbeeld dat je pijn zult ervaren omdat hij porno kijkt, liegt, schreeuwt of over je grenzen gaat, dat je relatie niet zal worden zoals God het bedoeld heeft, dat je je nooit helemaal verbonden met hem zult voelen, dat je kinderen niet het voorbeeld van een relatie meekrijgen dat je misschien zou willen.
Bij jouw keuze om zijn porno te accepteren hoort dus dat je al deze gevolgen stuk voor stuk accepteert. Je stopt dan dus ook met daarover te ‘zeuren’, je stopt met hem daarvan te beschuldigen, je stopt met hem te controleren etc. Je kunt dit waarschijnlijk alleen als je emotioneel afstand houdt; je bent dan meer huisgenoten dan dat je een huwelijk met elkaar hebt. Het is de vraag of dit op lange termijn vol te houden is en of het een gezonde keuze is, maar het is wel een optie.

Optie 2 – Ik accepteer het feit dat mijn man porno kijkt / tegen me schreeuwt / seksueel over mijn grenzen gaat niet
Als je ervoor kiest om niet langer te accepteren dat hij dit doet, dan accepteer je de gevolgen die dáárbij horen:

  • je stopt met mopperen, vitten, beschuldigen en allerlei andere manieren waarop je geprobeerd hebt het gedrag van je man te beheersen;
  • je zult hierover een gesprek moeten aangaan met je man en duidelijke grenzen moeten stellen, waarbij je niet weet hoe het verder zal gaan;
  • je zult moeten leren verdragen dat je man misschien met boosheid, manipulatie, slachtofferschap of stilzwijgen zal reageren;
  • je zult de afgesproken consequenties moeten doorzetten als je man je grens niet respecteert.

Als je nadenkt over de gevolgen van beide opties, zie je dat de keuze niet zo eenvoudig is als je op het eerste gezicht wellicht dacht. Neem daarom de tijd om goed na te denken over grenzen en consequenties en om deze beide opties te onderzoeken. Wat wil jij? Wat vind jij echt belangrijk? En wat is het je waard? Wat mag jouw keuze je kosten? Misschien kom je dan tot de conclusie dat je op dit moment nog geen keuze kunt maken. Dat is oké. Maar stel dan alles in het werk om tot een keuze te komen.

Vragen bij 3. Wat mag het je kosten?

  1. Kijk nog eens goed naar de grens die je hebt geformuleerd. Welke gevolgen heeft het als je dit gedrag wel zou accepteren? Welke gevolgen heeft het als je het gedrag niet meer wilt accepteren?
    2. Welke keuze maak jij en ben je bereid om de prijs daarvoor te betalen?
    3. Als je nog geen keuze kunt maken, welke stap kun je gaan zetten om de beide opties te gaan onderzoeken?

4. Consequenties

Grenzen alleen zijn niet voldoende. Je zult ook moeten nadenken over de consequenties die je wilt verbinden aan het overschrijden van een grens. Een consequentie is een gevolg, een resultaat of een maatregel die verbonden is aan het overschrijden van die grens. Als je je een grens voorstelt als een hek, dan zijn de consequenties als de punten op het hekwerk. Het zijn de gevolgen die je partner ervaart als hij zich niet houdt aan de gestelde grens. Grenzen stellen zonder de consequenties daadwerkelijk uit te voeren, is niet meer dan dreigen en manipuleren. Als je dat doet, neem je jezelf niet serieus en zal ook je partner je niet serieus nemen. Stel dus geen grenzen als je niet bereid bent om ze te bekrachtigen door de consequenties daadwerkelijk door te zetten.

Waaraan moeten consequenties voldoen?

  • Gericht op bescherming (en niet op wraak nemen).Een consequentie heeft (net als grenzen) als doel jezelf te beschermen, zorg te dragen voor de veiligheid van je gezin en het goede voor jullie relatie te zoeken. Het is geen middel om je man te straffen of om wraak te nemen.
  • Gericht op oorzaak en gevolg (en niet op verandering).Een consequentie heeft ook als doel dat je man de gevolgen ondervindt van het overschrijden van jouw grens. Hij gaat oogsten wat hij zaait (Galaten 6:7b). Het is geen middel om je man te dwingen om te veranderen. Hij is vrij om zelf een keuze te maken.
  • Uitvoerbaar.Bij het nadenken over goede consequenties moet je er altijd vanuit gaan dat je man je grenzen gaat testen of overschrijden en dat je je consequenties inderdaad moet gaan uitvoeren. Heel belangrijk is daarom dat je voor 100% achter de door jou gestelde consequentie kunt staan en dat deze consequentie door jou zelf uit te voeren is.
  • Redelijk.Veel  partners van seksverslaafden hebben de neiging om heel zwart-wit te denken over het bepalen van de consequenties. Het lijkt dan wel alsof er niets ligt tussen het stellen van geen enkele consequentie aan de ene kant, en het meteen stellen van de ultieme consequentie (relatie beëindigen) aan de andere kant. Bedenkt dat er wel degelijk heel veel tussen ligt en dat er zoveel meer consequenties zijn dan alleen die ene ultieme die een eind maakt aan de relatie.

De grens stellen

Als je goed hebt nagedacht over het voorgaande (je weet welke grenzen je wilt stellen, je weet welke prijs je daarvoor wilt betalen, en  je weet welke consequenties je wilt doorvoeren), dan is het tijd om deze te gaan communiceren naar je man.

  1. Bereid het gesprek voor. Vertel aan je man dat je graag een gesprek met hem wilt over iets belangrijks en leg hem een aantal mogelijkheden voor: ‘Wanneer komt het voor jou het beste uit: vandaag of morgen?’ Het is handig om een aantal dingen op te schrijven, zodat je niet vergeet wat je wilt zeggen. Zorg ervoor dat je het gesprek ingaat op een moment dat je daadwerkelijk in staat bent om te práten in plaats van de boosheid de overhand te laten krijgen. Wees vastbesloten om vriendelijk en rustig, maar ook duidelijk te blijven. Leg het gesprek vervolgens in Gods handen; Hij is Degene die berouw en bekering kan uitwerken in harten. Bid ook voor een juiste houding en om wijsheid.
  2. Maak de grens duidelijk. Wees tijdens het gesprek zo duidelijk mogelijk. Vertel wat je grens is en waarom je deze stelt. Als je in het verleden al vaker ellenlange gesprekken hebt gehad over hoe erg je zijn pornogebruik vindt, gebruik dan nu niet te veel woorden. Dit gesprek is anders dan de voorgaande gesprekken en dat mag je laten merken. Blijf vriendelijk en rustig, denk aan het doel dat je hebt met dit gesprek: dat jouw grens duidelijk overkomt.
  3. Maak de consequentie duidelijk. Laat hem weten dat je beseft dat je je man niet kunt dwingen om te veranderen en dat je dat ook niet wilt. Je man is zelf verantwoordelijk voor zijn gedrag en keuzes. Hij heeft de vrijheid om nu zelf te kiezen en dat je die vrijheid respecteert. Maak duidelijk dat de grens echter zo belangrijk is voor je dat jij consequenties zult doorvoeren als hij de keus maakt om jouw grens te overschrijden. Die consequenties zijn niet bedoeld om hem te straffen, maar om jezelf te beschermen.
  4. Voer de consequenties uit als dat nodig is. Wanneer je partner de door jou aangegeven grens overschrijdt, wees dan bereid de consequenties door te voeren. Denk niet: Ach, hij zal het een volgende keer wel beter doen, en geef niet toe aan de angst die op je af kan komen nu je jouw woorden moet gaan waarmaken. Als het goed is, heb je goed nagedacht over deze grens en de bijbehorende consequenties.

Vragen bij 4. Consequenties

  1. Kijk nog eens goed naar de grens die je hebt geformuleerd. Heb je er een goede consequentie aan verbonden? Voldoet deze aan bovenstaande vier punten?

5. Valkuilen bij het stellen van grenzen

Grenzen stellen is voor de meeste mensen niet zo eenvoudig. We zijn het misschien niet gewend om grenzen te stellen, we hebben altijd ongezonde grenzen gesteld, of we worden geconfronteerd met allerlei weerstanden – in en buiten onszelf – als we eenmaal goede grenzen willen gaan stellen. Als je grenzen gaat stellen kun je te maken krijgen met allerlei valkuilen:

  1. Grenzen stellen als manipulatie- of strafmiddel;
  2. Grenzen stellen zonder er consequenties aan te verbinden of zonder de consequenties uit te voeren;
  3. Grenzen intrekken na beloftes. Het is mogelijk dat, zodra je gaat beginnen met het stellen van grenzen, je partner zich rot schrikt en – vanuit de angst dat je daadwerkelijk meent wat je zegt – allerlei beloftes doet, waardoor jij onmiddellijk je grenzen weer laat varen. Je mag best blij zijn met zijn beloftes, maar besef dat beloftes alleen niet voldoende zijn. Houd vast aan de ‘gouden regel’ voor het omgaan met verslaafden: Geen woorden, maar daden.
  4. Grenzen intrekken na weerstanden. Bereid je voor op weerstanden van je partner op jouw grenzen. Bedenk vooraf wat je gaat doen als hij boos, verwijtend of ontkennend reageert op jouw grens. Hoe reageer je dan? Wat helpt jou daarbij? Hoe houd je vast aan je grens?
  5.  Muren optrekken i.p.v. grenzen stellen. Sommige vrouwen slaan door in het stellen van grenzen. Nu ze geleerd hebben dat ze grenzen mogen stellen, stellen ze overal grenzen aan of ze stellen zich steeds en afstandelijk op. Bedenk dat grenzen niet bedoeld zijn als muren. Elk hek om een tuin heeft een toegangspoort. Het hek houdt het slechte buiten, door de toegangspoort mag het goede naar binnen.
  6. Alleen je eigen belang. Grenzen stellen mag je doen op een liefdevolle manier. Niet met de bedoeling de ander onderuit te halen, hem te kwetsen of wraak te nemen, wél met de bedoeling de ander in liefde te confronteren met zijn zonde in de hoop dat hij tot inkeer komt. Spreek ook met jezelf af dat je voortaan rekening zult houden met de gezonde grenzen van anderen – ook die van je partner.
  7. Grenzen stellen in een vacuüm. Grenzen stellen kan heel veel angst bij je oproepen. De angst om alleen achter te blijven, de angst voor boze reacties van de ander, de angst dat de ander je niet meer ziet staan, etc. Je hebt daarom mensen nodig die er voor je zijn, bij wie je je veilig en geliefd voelt, en die jou kunnen helpen om te ontdekken waar jouw gezonde grenzen liggen en die je steunen als je daadwerkelijk grenzen gaat stellen.

Vragen bij 5. Valkuilen bij het stellen van grenzen

  1. Welke van de genoemde valkuilen herken je in je eigen leven? Kun je een voorbeeld geven?
    2. Welke concrete stap kun jij nemen t.a.v. grenzen?

Thuisopdracht

Je hebt nu heel veel gelezen en geleerd over grenzen. Leg de lat voor jezelf niet te hoog en verwacht niet dat je alles meteen goed kunt toepassen. Grenzen leren stellen betekent ook gewoon heel veel oefenen, met vallen en opstaan.

Ben jij niet gewend om grenzen te stellen? Begin deze week dan eens met oefenen. Doet iemand een beroep op je? Zeg dan niet meteen ja, maar sta eerst eens stil bij wat je echt wilt en kunt en geef dan een eerlijk antwoord. Hoe is dat voor je? Let ook eens op de mensen om je heen; stellen zij grenzen? Hoe? Hoe vind je dat? Kun je wat van hen leren?

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de contactgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk

Bijeenkomst 6: Gevoelens

Bijeenkomst 6: Gevoelens

 

Doel

In deze bijeenkomst staan we stil bij gevoelens. Wat zijn gevoelens? Waarom hebben we ze eigenlijk? Hoe kunnen we op een verkeerde manier omgaan met gevoelens? En hoe kunnen we weer leren om gevoelens de juiste plek te geven?

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

Ter voorbereiding op de bijeenkomst, vragen we je om het volgende te doen:

  • Lees het materiaal thuis helemaal door. Heb je er vragen over, of spingt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.
  • Het is ook handig om het materiaal mee te nemen op je tablet of om het uit te printen. Dat doe je door naar het overzicht te gaan. Klik vervolgens op het radertje naast het materiaal en print het uit.

Inleiding ‘Gevoelens’

1. Help ik voel!

Als je geliefde porno-/seksverslaafd/ontrouw is (geweest) dan doet dat heel veel met je. Voor veel vrouwen stort hun wereld in als ze ontdekken of horen dat hun man zich bezighield met porno, andere vrouwen of ander seksueel overschrijdend gedrag. Gevoelens van angst, boosheid, verdriet, walging, pijn, schuld, paniek, woede en schaamte worden door veel vrouwen genoemd. Maar ook andere – veel aangenamere – gevoelens kun je op zo’n moment ervaren: opluchting bijvoorbeeld, of gevoelens van extra liefde en verbondenheid.

Deze verschillende gevoelens kunnen elkaar in de eerste periode in rap tempo afwisselen. Het ene moment ervaar je die nabijheid en het andere moment ben je weer woedend en houd je afstand. Na een goed gesprek met hem heb je weer nieuwe hoop voor de toekomst, maar zodra hij de deur uit is, voel je diepe angst en wanhoop. We noemen dit wel: de achtbaan van emoties. Het is uitputtend, verwarrend en heftig. Je kunt je zelfs gaan afvragen of je je verstand aan het verliezen bent en of jij de enige bent die dit zo ervaart. Deze gevoelens en deze achtbaan horen bij de periode ‘na de ontdekking’.

En tegelijk is het ook mogelijk dat je in die periode na de ontdekking geen of weinig gevoelens hebt ervaren. Misschien zat je gevoel ‘op slot’, omdat de schok van de ontdekking te groot voor je was. Misschien stopte je je gevoelens gewoon weg, omdat je vond (of te horen kreeg) dat je niet zo moeilijk moet doen over porno of omdat je bang was voor die gevoelens.

Gevoelens horen natuurlijk niet alleen bij die eerste periode. Je kunt nog heel lang last hebben van wantrouwen, boosheid en angst bijvoorbeeld. Soms verdiepen die gevoelens zich na verloop van tijd. En als je in die beginperiode weinig ruimte had voor je gevoel, dan kun je later (voor sommigen vrouwen zelfs veel later) alsnog te maken krijgen met  heftige gevoelens die je niet langer kunt negeren.

Kortom: gevoelens horen erbij. In deze bijeenkomsten gaan we met elkaar kijken naar de functie van gevoelens en naar manieren waarop je daar goed en minder goed mee om kunt gaan.

Vragen bij 1. Help ik voel!

  1. Welke gevoelens had jij nadat je ontdekt had of hoorde dat je man porno-/seksverslaafd/ontrouw was? Kwamen deze gevoelens meteen, of pas veel later? Welke van deze gevoelens vond je het lastigst? Waarom? En hoe ben je daarmee omgegaan?

2. Functie van gevoelens

Vier basisemoties

Alle gevoelens die we als mensen kunnen hebben, zou je kunnen onderverdelen in vier basisemoties; de 4 b’s: bang, boos, bedroefd, blij.

Bij de basisemotie boosheid horen bijvoorbeeld de gevoelens geïrriteerd, woedend, driftig, agressief, opstandig, geërgerd. Bang kun je voelen als: bevreesd, angstig, gespannen, ongerust, bezorgd, jaloezie, afgunst, wanhoop, opgelaten. Bij de basisemotie bedroefd horen gevoelens als treurig, somber, down, teleurgesteld, verdrietig, weemoedig. En blijdschap kun je ervaren door de gevoelens happy, plezierig, goedgemutst, vrolijk, opgewekt, tevreden.

Valt het je op dat de verschillende basisemoties kunnen verschillen in intensiteit? Het is nogal een verschil of je je geïrriteerd of woedend voelt. Je kunt trouwens ook verschillende gevoelens door elkaar ervaren: boosheid en angst tegelijk bijvoorbeeld.

Gevoelens zijn subjectief, persoonlijk. Als vier mensen in dezelfde situatie zitten, kunnen ze alle vier een ander gevoel hebben. Jouw gevoel is van jezelf en je kunt niet verwachten dat de ander hetzelfde voelt als jij of dat jij hetzelfde voelt als de ander.

Waarom voelen we?

God heeft ons geschapen naar Zijn beeld. God zelf heeft gevoelens (lees de Bijbel er maar eens op na!). En Jezus had ze ook. Ook wij zijn mensen die gevoelens kunnen en mogen ervaren. Maar waarom eigenlijk?

Een ander woord voor gevoelens is ‘emotie’. Dat is afgeleid van het Latijnse woord e-movere en dat betekent: ergens naartoe of vandaan bewegen. Gevoelens zijn dus bedoeld om je in beweging te brengen. Ze zijn er niet zomaar: jouw gevoelens hebben een functie; ze kunnen je helpen!

  • Zo zet de emotie angst je in beweging om te vechten of te vluchten. Het is normaal om angst te voelen als er gevaar dreigt; het helpt je om jezelf te beschermen of te verdedigen. Angst wordt echter minder normaal als het je gaat beheersen of als je juist helemaal geen angst ervaart (waardoor je  jezelf of anderen in gevaarlijke situaties kunt brengen).
  • De emotie boosheid zet je in beweging om onrecht aan de kaak te stellen, het geeft je het signaal dat er iets mis is. Het is dus normaal om boosheid te voelen als iemand je onrecht aandoet. Als je boosheid echter negeert, kan dat leiden tot emotionele of sociale schade. Je kunt ook beheerst worden door boosheid, waardoor deze destructief wordt en je jezelf, maar vooral ook anderen beschadigt. Boosheid op zich is dus niet zondig, maar het kan wel leiden tot gedrag dat zondig is.
  • Verdriet zet je in beweging om troost of steun te zoeken bij God of mensen. Het is normaal om verdriet te voelen als er moeilijke dingen in je leven gebeuren of als je verlies lijdt. Je kunt ook gevoelens van verdriet echter negeren of verdoven óf er juist door beheerst worden.

Vragen bij 2. Functie van gevoelens

  1. Hoe vind jij het dat God ons geschapen heeft met gevoel? Zie je dat als iets goeds of niet? Als je denkt aan Jezus en aan hoe Hij omging met gevoelens, wat zegt dat jou?
  2. Heb je weleens ervaren dat een bepaalde emotie je hielp om in beweging te komen? Hoe ging dat?

3. Beheersen of wegstoppen

We zijn dus mensen met gevoelens. Gevoelens hebben een functie, maar kennen ook valkuilen. Hierboven zijn de belangrijkste twee al aan de orde gekomen: je door je gevoel laten beheersen of je gevoelens juist negeren/wegstoppen. Daar gaan we nu wat uitgebreider naar kijken.

  1. Beheerst worden door gevoel

Gevoelens geven je een signaal dat jou helpt om in beweging te komen. Ze zijn dus een hulpmiddel; jij bent de baas over je gevoelens; jij beheerst ze. Althans… dat is de bedoeling van gevoelens.

Het wordt een probleem als de gevoelens jou gaan beheersen. Als jij er niet meer de baas over lijkt te zijn. Als gevoelens met je op de loop gaan en je brengen tot uitbarstingen en gedragingen die je eigenlijk niet wilt. Als je in je woede vreselijke dingen tegen je man zegt of letterlijk iets richting zijn hoofd gooit. Als je enorme angst dat hij weer terugvalt ervoor zorgt dat jij over je eigen seksuele grenzen gaat. Of als je beheerst wordt door verdriet, zodat je geen reden meer ziet om verder te leven en het liefst hele dagen in je bed blijft liggen.

Als je gevoelens over jou heersen dan werken ze niet op de manier zoals ze bedoeld zijn. Ze zetten je niet op de goede manier in beweging, maar veroorzaken juist schade. Jouw woede-uitbarstingen zorgen bijvoorbeeld voor verdere verwijdering in plaats van de geruststelling of troost die je nodig hebt. En als jij – uit angst – over je eigen grenzen heen laat gaan, zul je nog verder verwond raken dan je al was.

  1. Je gevoel wegstoppen/negeren

Een andere manier van omgaan met je gevoel is het weg te stoppen of te negeren. Eigenlijk ga je dan dus niet om met je gevoel. Je doet gewoon of het er niet is. De reden daarvoor is bijvoorbeeld dat je geen zin hebt in moeilijke gevoelens. Je bent bang voor wat er boven komt als je de gevoelens zou toelaten, je weet je er gewoon geen raad mee of je hebt nooit geleerd om gevoelens te mogen uiten. Misschien vind je dat je dergelijke gevoelens helemaal niet mag hebben. Dit laatste noem je rationaliseren. Je ratio (verstand) redeneert je gevoelens weg en maakt het aannemelijk dat er in deze situatie geen gevoelens nodig zijn.

Een andere manier om (niet) om te gaan met je emoties is door ervan weg te vluchten. Als er moeilijke gevoelens komen, vlucht je weg in drank, drugs, eten of seks. Of je gaat shoppen, aandacht zoeken van andere mannen of je loopt letterlijk weg van moeilijke situaties of mensen.

Het verbergen, ontkennen of wegvluchten van emoties zorgt ervoor dat je de signalen van de betreffende emotie mist. De gevoelens zijn bedoeld om je op een goede manier in beweging te zetten, maar dat gebeurt niet. Het negeren van gevoelens leidt ook vaak tot emotioneel ongezond gedrag. Als je je gevoel niet uit, heb je kans op een soort innerlijke verstopping, met alle gevolgen van dien. Denk maar aan lichamelijke klachten of een depressie.

Vragen bij 3. Beheersen of wegstoppen

  1. Herken jij je in een van deze manieren van omgaan met gevoelens? Of herken jij je in beide? Schrijf eens twee of drie voorbeelden op van situaties waarin jij op deze manier reageerde.
  2. Welke gevolgen had het voor jou, je partner en je gezin dat jij je emoties wegstopte of je erdoor liet beheersen?
  3. Heb jij het verlangen om te leren op een andere manier om te gaan met je gevoelens? Wil je dat verlangen uitspreken naar God en naar een vriendin of buddy en haar vragen om jou hierbij te helpen?

4. Wat zit eronder?

Als je wilt leren om op een gezonde manier om te gaan met je gevoelens, is het belangrijk om een laagje dieper te gaan en te kijken naar de gedachten die ten grondslag liggen aan die gevoelens. Dat je heftig reageert op een bepaalde gebeurtenis (of dat je je gevoelens juist wegstopt) heeft namelijk niet zozeer te maken met de gebeurtenis op zich, als wel met de gedachten die je daarover hebt. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

Voorbeeld 1. Je komt thuis en ziet dat je man op de bank zit met zijn telefoon in zijn hand. Onmiddellijk voel je boosheid en angst in je omhoog borrelen en je reageert woedend op hem. Je gebruikt misschien woorden als ‘Kom ik thuis na een vermoeiende dag werken en dan zit jij op de bank porno te kijken! Wie denk je wel niet dat je bent. Je houdt totaal geen rekening met mij. Ik ben het helemaal zat, je kunt nu vertrekken!!’ Je man schrikt zich naar. Hij was een e-mail van zijn werk aan het lezen en begrijpt helemaal niets van je gedrag.

Wat is hier aan de hand? De gevoelens van boosheid en angst hebben je ertoe aan gezet om allerlei dingen naar zijn hoofd te gooien. Die gevoelens kwamen echter niet door de gebeurtenis zelf (je komt thuis en treft je man aan met zijn telefoon), maar door de gedachten die je daarover had. Bijvoorbeeld deze: hij kijkt natuurlijk weer porno, hij is geen steek veranderd, het wordt ook nooit wat met ons, uiteindelijk blijf ik alleen over, ik stel helemaal niets voor voor hem, ik ben lelijk en daarom kijkt hij naar anderen, etc., etc. Al dit soort gedachten zorgden voor de boosheid en angst waardoor je zo heftig reageerde.

Voorbeeld 2. Het had natuurlijk ook anders kunnen gaan: je komt thuis, ziet je man met zijn mobiel en wordt onmiddellijk bang. Je stopt die gevoelens echter onmiddellijk weg en doet net alsof er niets aan de hand is. Als je man vraagt hoe het met je gaat, zeg jij ‘oké, hoor’ terwijl er vanbinnen van alles in je omgaat. Het gevolg is dat je wantrouwen en angst alleen maar toenemen.

Ook hier is het niet de situatie die ervoor zorgt dat je zo reageert zoals je deed, maar de gedachten die je daarover hebt. Gedachten als: hij is porno aan het kijken op zijn telefoon, ik mag dat niet denken, ik mag geen wantrouwen voelen, ik moet hem weer vertrouwen, als ik mijn wantrouwen laat zien dan wordt hij boos, als hij boos op mij is, dan is dat verschrikkelijk, dat kan ik niet aan. Dergelijke gedachten zorgden voor angst die jou er vervolgens van weerhield je emoties serieus te nemen en je gedachten uit te spreken.

Steeds is de volgorde als volgt: er is een bepaalde gebeurtenis (je man zit op de bank met zijn telefoon) en daar heb jij bepaalde gedachten bij. Die gedachten zorgen voor bepaalde gevoelens en die zorgen er weer voor dat je op een bepaalde manier reageert (heftig reageren of niets doen).

Vragen bij 4. Wat zit eronder?

  1. Denk eens terug aan de afgelopen week. Was er een moment waarop je je door je emoties liet beheersen, of was er een moment waarop je je emoties juist wegstopte of ervoor wegvluchtte? Wat was de aanleiding daarvoor? En wat gebeurde er vervolgens? Bechrijf het voorval zoals in de voorbeelden hierboven.

5. Stappenplan

Het gaat dus om je gedachten! Als je wilt leren om op een gezonde manier met je gevoelens om te gaan, is het nodig om de onderliggende gedachten helder te krijgen en deze aan te pakken. De volgende stappen kunnen je daarbij op weg helpen.

Stap 1: De aanleiding

Probeer je bewust te worden van die momenten waarop je je liet regeren door je emoties of waarop je ze juist wegstopte. Sta dan eens stil en kijk terug. Wat gebeurde er nou precies? Wat zag je? Wat hoorde je? Wat merkte je?

Stap 2: Welke gedachten heb je?

Vervolgens probeer je alle gedachten die je daarover had helder te krijgen. Dat is niet zo makkelijk als het klinkt. De reden daarvoor is dat we ons vaak niet bewust zijn van onze gedachten. We gebruiken de woorden ‘ik voel’ bijvoorbeeld heel vaak om niet een gevoel, maar een gedachte te omschrijven. ‘Ik voel me lelijk’ is bijvoorbeeld geen gevoel, maar de gedachte: ‘ik ben lelijk’. ‘Ik heb het gevoel dat hij die vrouw mooier vind dan mij’ is ook geen gevoel, maar de gedachte ‘hij vindt die vrouw mooier dan mij’. Probeer je gedachten op te sporen door ze op te schrijven of door er met je buddy over te praten.

Stap 3: Spoor onware gedachten op

Emoties zijn altijd waar, maar de onderliggende gedachten zijn niet altijd waar. Een volgende stap is daarom je gedachten te onderzoeken. Je gaat bekijken of die gedachten nu eigenlijk wel kloppen en of ze helpend zijn. Je zult merken dat je wellicht geneigd bent om een aantal ‘denkfouten’ te maken. Bijvoorbeeld deze:

Door denkfouten op te sporen ontdek je gedachten die niet waar of niet helpend zijn.

Stap 4. Vervang onware gedachten door ware gedachten.

Gedachten die niet waar of niet helpend zijn, mag je leren vervangen door gedachen die wel waar zijn. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

  • Gedachte: Als hij nog een keer terugvalt, dan overleef ik het niet.
    Vervangen door: Het is mogelijk dat mijn man nog een keer terugvalt. Als dat gebeurt, is dat waarschijnlijk pijnlijk, maar het betekent niet dat mijn leven ophoudt. We kunnen nu al samen nadenken over wat we moeten doen als hij terugvalt, zodat we goed voorbereid zijn. En ik mag weten dat wát er ook gebeurt, mijn leven in Gods handen is.
  • Gedachte: Geen enkele man is te vertrouwen.
    Vervangen door: Mijn man heeft gedurende een periode leugens tegen me verteld. Daardoor is mijn vertrouwen beschadigd en dat is logisch. Het betekent echter niet dat mijn man in niets te vertrouwen is, of dat het wantrouwen altijd blijft. Het gedrag van mijn man zegt daarnaast niets over ‘de man in het algemeen’. Er zijn mannen die (soms) niet te vertrouwen zijn, maar er zijn er ook veel die wel te vertrouwen zijn en volgens de waarheid willen leven.
  • Gedachte: Hij denkt natuurlijk weer aan andere vrouwen.
    Vervangen door: Ik weet niet wat hij nu denkt. Mensen zijn niet in staat om elkaars gedachten te lezen. Als ik echt wil weten wat hij denkt, zal ik dat aan hem moeten vragen.
  • Gedachte: Hij moet begrijpen hoe ik me voel.
    Vervangen door: Mijn man moet niets. Ik kan hem niet dwingen ook. Als ik iets verlang van hem, dan is het aan mij om dat op een goede manier aan hem duidelijk te maken; als een wens en niet als een eis. Als ik me rot voel, kan ik hem dat vertellen en hem vragen om begrip te hebben voor hoe ik me voel.
  • Gedachte: Als ik laat zien hoe bang ik ben, dan wordt hij boos.
    Vervangen door: Ik weet niet of hij boos wordt als ik mijn gevoel laat zien. Hij werd misschien de vorige keer boos, maar ik kan niet vooraf weten of dat nu ook zal gebeuren. Zelfs als hij boos wordt, dan hoeft me dat niet te belemmeren om toch over mijn angst te praten. Mijn angst wegstoppen zal onze relatie niet helpen. Er samen over leren praten kan dat wel.

Wil je meer weten over deze stappen? Een boek dat dit op een heldere manier uitlegt is: Niets moet, alles mag van Kees Roest.
Tegen een kleine vergoeding kunnen wij een korte samenvatting van dit boek met toepassing en oefeningen naar je mailen. Interesse? Mail dan even naar: info@kostbaarvaatwerk.nl

Vragen bij 5. Stappenplan

  1. Schrijf alle gedachten op die je had bij de gebeurtenis die je bij de vorige vraag beschreven hebt.
  2. Onderzoek elke gedachte. Is deze waar? Is deze helpend? Zo niet, welke gedachte kun je ervoor in de plaats stellen?

6. Andere tips

Het in kaart brengen, onderzoeken en aanpakken van je gedachten kan een manier zijn om beter om te gaan met je gevoelens. Om er minder door beheerst te worden, of ze juist meer ruimte te kunnen geven. Wat helpt nog meer?

  • Ga naar God. Erken dat je geschapen bent naar Gods beeld, en dat God zelf gevoelens heeft. Jezus was bewogen, bedroefd, verheugd en beleefde deze emoties zelfs heel intens. Zoals Hij voelt, mogen wij dus ook (leren) voelen! Als je op een verkeerde manier met gevoelens bent omgegaan, belijd dit dan als zonde aan Hem. Herroep verkeerde uitspraken die je gedaan hebt. Vraag God om vergeving en vraag Hem om je te helpen je gevoelens de juiste plaats te geven. Leer jezelf met al je gevoelens te geven aan God.
  • Leer om te gaan met gevoelens van pijn. Het is een onderdeel van het leven. De maatschappij is gericht op ‘je goed voelen’ en ‘doen wat je leuk/lekker vindt’. Er is dan geen plaats voor pijn en je gaat manieren zoeken om er zo min mogelijk mee geconfronteerd te worden. Toch ontkomt niemand aan het feit dat er pijn binnenkomt. Ga het een plaats geven, dan kan het je leven en je karakter vormen.
  • Zoek mensen om je heen met wie je je gevoelens kunt delen, die jou kunnen helpen je gevoelens onder woorden te brengen of die jou een spiegel voorhouden als je je te veel door je gevoel laat leiden.
  • Ontdek wat jou nog meer kan helpen om de gevoelens die je hebt te delen. Veel vrouwen ervaren dat creativiteit hen helpt om gevoelens de ruimte te geven, deze te herkennen of te verwerken. Houd een dagboek bij, schrijf een brief waarin je je gevoelens verwoordt, ga tekenen of schilderen, luister of maak muziek. Komt tot rust door stil te zijn, door te wandelen of je te ontspannen.

Vragen bij 6. Voelen in de pratijk

  1. Is er iets dat je aanspreekt? Wat wil je de komende tijd daarmee gaan doen?
  2. Heb jij een tip die je zou willen delen met anderen? Mail dit dan naarinfo@kostbaarvaatwerk.nlen misschien vermelden we dat dan in dit materiaal.

Thuisopdracht

Je hebt nu heel veel gelezen en geleerd over gevoelens. Probeer de komende week eens drie keer per dag op te schrijven hoe je je voelt. As je het lastig vindt om je gevoelens te herkennen, vraag jezelf dan af welke van de vier basisemoties het meest aanwezig is. Als je boos, bang of verdrietig bent, probeer dan een of twee onderliggende gedachten erbij te vermelden.

Neem naar de bijeenkomst van de gespreksgroep óók mee: jouw antwoord op vraag 1 van paragraaf 4 en op de vragen 1 en 2 van paragraaf 5.

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de gespreksgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk.

Bijeenkomst 7: Boosheid

Bijeenkomst 7: Boosheid

Doel

Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we stilgestaan bij gevoelens. We zagen dat alle emoties een functie hebben. Dat er verschillende manieren zijn waarop je verkeerd met emoties om kunt gaan; bijvoorbeeld door ze weg te stoppen, of je er juist door te laten beheersen. Deze keer gaan we dieper in op één van de ingewikkeldste emoties: boosheid. De tekst van deze inleiding is gebaseerd op het boek over boosheid, met de veelzeggende titel De andere kant van de liefde van Gary Chapman.

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

Ter voorbereiding op de bijeenkomst, vragen we je om het volgende te doen:

  • Lees het materiaal thuis helemaal door. Heb je er vragen over, of spingt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.

Inleiding ‘Boosheid’

1. Help, ik ben boos!

Mag je boos zijn?

Wij hebben vaak het idee dat boosheid niet mag, dat het zondig is. We zien de uitwerking die boosheid kan hebben bij anderen, maar wellicht ook bij onszelf.  ‘Boosheid mag niet’, zou je dan bijna zeggen. En voor een christen is boosheid misschien nog wel ingewikkelder. Want mag dat eigenlijk wel van God: boos zijn?

God zelf kan boos worden. In de Bijbel staat maar liefst 375 keer dat God boos is. Die boosheid van God komt voort uit twee aspecten van Zijn wezen: Zijn heiligheid en Zijn liefde. God weet welke afschuwelijke gevolgen de zonde heeft en Zijn boosheid is een reactie op onrecht en zonde. Omdat God heilig is, kan Hij niet blijven zwijgen wanneer mensen zondigen. En omdat God liefde is, brengt hij Zijn boosheid tot uitdrukking; Hij wil dat mensen gered worden.

Wij, mensen, zijn geschapen naar Gods beeld, en wij kunnen dus ook boosheid voelen. Boosheid is de emotie die omhoog komt als we iets onrechtvaardig vinden. Boosheid is dus niet slecht of zondig. Dat we boosheid ervaren, bewijst dat we naar Gods beeld geschapen zijn.

Wat is het doel van boosheid?

In het oude testament zie je dat God vaak profeten stuurde om de mensen te wijzen op hun zonden, ze te vertellen van Zijn boosheid en ze op te roepen tot berouw. Als de mensen berouw hadden, dan was Zijn boosheid over en werd de relatie hersteld (denk maar eens aan Jona die door God naar Ninevé werd gestuurd). Gods boosheid heeft dus altijd een positief doel, en is tegelijk liefdevol: Hij zoekt naar een weg om de zonde te stoppen en tegelijk de zondaar te redden

Het doel van boosheid mag nooit zijn: wraak nemen, je afreageren, je gelijk halen, de ander onderuit halen, de ander pijn doen. Het fundamentele doel van boosheid is dat boosheid ons moet motiveren om op een positieve, liefdevolle manier actie te ondernemen, waardoor het onrecht stopt en de relatie mogelijk hersteld wordt.

Positief betekent dat het bijdraagt aan de oplossing van het probleem en het herstellen van de relatie. Liefdevol betekent dat je op zoek bent naar wat het beste is voor die persoon.

Vragen bij 1. Help, ik ben boos!

1. Wat is jouw doel met boosheid? Komt dat overeen met Gods doel met boosheid? Waarom wel/niet?


2. Destructieve reacties op boosheid

We mogen dus boos worden om onrecht! En tegelijk is de Bijbel er ook duidelijk over: “Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans” (Efeze 4:26, 27). We mogen niet zondigen in onze boosheid. Maar wanneer zondig je dan?

• De meeste mensen zijn het er wel over eens dat je zondigt wanneer je je boosheid uit met woede, schelden, slaan, schoppen etc. Deze boosheid noemen we explosieve boosheid. Je kunt het vergelijken met een vulkaanuitbarsting of met een flesje cola: als je het flink schudt en dan de dop opendraait, stroomt alles naar buiten. De gevolgen van de boosheid zijn direct zichtbaar voor anderen.

• Maar er is nog een vorm van boosheid die schadelijk is. Namelijk het opkroppen van je boosheid. Het níet onderkennen en uiten ervan. We noemen dit implosieve boosheid. Als wij onze boosheid inslikken, dan lijkt het of het geen enkel gevolg heeft, de ander ziet er niets van. Maar vanbinnen gebeurt er heel veel. Een mooi voorbeeld hiervan is een colablikje dat implodeeert (video). Implosieve boosheid heeft dus ook grote gevolgen en die gevolgen zijn net zo schadelijk als van explosieve boosheid.

Die explosieve boosheid is gemakkelijk te herkennen, bij jezelf of bij anderen. Maar hoe herken je implosieve boosheid? Er zijn drie kenmerken die vaak aanwezig zijn:

1. Ontkennen – Dat merk je door het gebruik van andere woorden, bv.: ik ben van streek, ik ben niet boos maar ik ben teleurgesteld. Ontkennen neemt de vernietigende kracht ervan niet weg, maar maakt de boosheid zelfs sterker tot deze niet langer te ontkennen valt.

2. Terugtrekken – Dit is de belangrijkste strategie van iemand die boos is. Het idee daarachter: als ik bij die ander uit de buurt blijf of niet met hem praat, dan wordt de boosheid uiteindelijk vanzelf minder.

3. Mokken – Het filmpje van het onrecht dat je is aangedaan, wordt telkens opnieuw afgespeeld in je gedachten, maar je deelt dit nooit met een ander, zodat je boosheid niet op de juiste manier wordt afgehandeld.

Misschien hoor jij bij de groep vrouwen die nooit boosheid voelt, geen ruzie maakt en haar boosheid nooit uit. Misschien omdat boosheid een taboe was in het gezin waarin je opgroeide. Je durfde je boosheid nooit te laten zien en uiteindelijk is het zelfs zo ver gegaan dat je boosheid niet meer herkent bij jezelf. Probeer dan eens extra te letten op andere uitingsvormen, zoals: mokken, vermijden, roddelen, vluchten, zielig doen, uitdagen, of lichamelijke klachten. Dit kan boosheid zijn die (onbewust) met een omweg wordt geuit. Eigenlijk gaat het dan dus over implosieve boosheid.

Als je boosheid opkropt (implodeert), dan blijft het dus aanwezig in je. De gevolgen kunnen dan zijn:

1. Passief-agressief gedrag – Aan buitenkant lijkt persoon passief (‘er is niets aan de hand’), maar uiteindelijk wordt de boosheid op andere manieren geuit (bv snauwen als je man iets aan je vraagt);

2. Afreageren op anderen – Gevoelens van boosheid worden niet gericht op de persoon of situatie op wie/waarop je boos bent, maar op een andere persoon of situatie (bv. je bent boos op je man, maar scheldt op je kinderen);

3. Lichamelijke en emotionele problemen – Lichamelijk bv: hoge bloeddruk, migraine, hartkwalen. Emotioneel: wrok, bitterheid en haat (deze drie worden expliciet veroordeeld in de Bijbel; het zijn zondige reacties op boosheid);

4. Opgekropte boosheid eindigt vaak in een explosie die zorgt voor extra schade voor de relatie, de ander en jezelf.

Exploderen en imploderen zijn dus beide schadelijk. Niet alleen voor de persoon zelf, maar voor iedereen die om die persoon heen staat en uiteindelijk voor de hele maatschappij. Deze twee reacties op boosheid passen niet in het leven van een christen en zou je niet moeten accepteren van jezelf.

Vragen bij 2. Destructieve reacties

1. Kun je voorbeelden noemen van de schadelijke gevolgen die explosieve boosheid had? Denk dan aan explosieve boosheid van anderen, maar ook aan explosieve boosheid van jezelf.

2. Denk eens even terug: wanneer ben je voor het laatst boos geweest? Wat deed je met die boosheid?

3. Welke situatie is het meest op jou van toepassing: exploderen of imploderen?

4. Als boosheid bij jou vaak implodeert, welke van de genoemde gevolgen daarvan herken je?


3. Terechte en onterechte boosheid

Boosheid is als een knipperend waarschuwingslampje op het dashboard van je auto. Het geeft aan dat er iets niet in orde is. Dat het aandacht nodig heeft. Je moet boosheid dus niet ontkennen of onmiddellijk in woede uiten. Je mag gaan leren om met boosheid om te gaan op een constructieve manier, zodat het iets goeds oplevert (daar is boosheid immers voor bedoeld).

Allereerst is het belangrijk om te weten dat er twee soorten boosheid zijn:

1. Gerechtvaardigde (terechte) boosheid: er is sprake van werkelijk onrecht. Dit is de enige boosheid die God ervaart.

2. Bij onterechte boosheid is er sprake van verondersteld onrecht. Onterechte boosheid is een reactie op een handeling of situatie die niet onrechtvaardig is. Bv.: je was teleurgesteld, je verwachtingen kwamen niet uit of de ander raakte een gevoelige plek.

  • Deze boosheid wordt opgeroepen door je gedachten. Niet de situatie zelf maakt je boos, maar hoe je erover denkt. Iemand zegt bijvoorbeeld nee tegen je en jouw gedachten daarna zijn: ‘hij wijst mij af’ of ‘hij mag geen nee zeggen’.
  • Boosheid is vaak een dekmantel voor een andere emotie, bijvoorbeeld verdriet, angst, teleurstelling, pijn.
  • Er gebeurde in ieder geval iets dat geen daadwerkelijke overtreding van de ander is.

De term ‘onterechte boosheid’ kan mogelijk weerstand (boosheid 🙂 ) bij je oproepen. Het lijkt alsof je in deze gevallen niet boos mag zijn, terwijl je boze gevoel wel heel sterk kan zijn. Wat belangrijk is, is om altijd te kijken naar de reden van je boosheid. Bij ‘onterechte boosheid’ heeft een ander je geen werkelijk onrecht aangedaan. Er is iets anders wat een heftige reactie bij je losmaakte, die je vervolgens uitte als boosheid, maar die vaak andere emoties betreft.

Het gevoel van boosheid kan bij beide soorten even intens zijn, maar de reactie moet verschillend zijn. Als je boosheid voelt, moet je dus uitzoeken of die boosheid gebaseerd is  op werkelijk onrecht. Dit kun je ontdekken door jezelf af te vragen:

1. Welk onrecht heeft er plaatsgevonden?

2. Weet ik zeker dat ik op hoogte ben van de feiten?

Vragen bij 3. Terechte en onterechte boosheid

1. Denk nog eens terug aan de laatste keer dat je boosheid voelde. Was er sprake van werkelijk onrecht of van vermeend onrecht?


4. Op een constructieve manier omgaan met boosheid

Hoe je vervolgens moet omgaan met de boosheid die je voelt, hangt af van het feit of er sprake is van vermeend of werkelijk onrecht. De volgende stappen kunnen je helpen om op een constructieve manier met boosheid om te gaan.

1. Geef voor jezelf toe dat je boos bent. Denk even na voordat je automatisch een verbale of lichamelijke reactie geeft. Zeg bijvoorbeeld hardop: ‘Ik ben boos!’

2. Wees terughoudend in je eerste reactie (zowel exploderen als terugtrekken). Tel bijvoorbeeld tot tien, loop een blokje om of neem een time-out (evt. m.b.v. een afgesproken teken). Ga bidden en samen met God over je mogelijkheden nadenken.

3. Probeer erachter te komen waarover je nu precies boos bent. Welke gevoelens/gedachten liggen ten grondslag aan je boosheid? Is het wel boosheid, of is de boosheid een masker voor een ander gevoel (bv. pijn of angst)? Vraag jezelf af: is er sprake van vermeend of werkelijk onrecht? Bij werkelijk onrecht: hoe ernstig is de overtreding die de ander begaan heeft (schaal van 1 tot 10) en ben ik op de hoogte van alle feiten?

4. Ga na welke mogelijkheden je hebt.

Vraag jezelf af: Welke optie draagt bij aan het oplossen van ons probleem en het herstellen van de relatie? Welke reactie is het beste voor mij en voor de ander?

Bij werkelijk onrecht zijn er maar twee constructieve manieren om met je boosheid hierover om te gaan:

a. De ander liefdevol confronteren met je boosheid. Lucas 17 zegt: “Indien je broeder zondigt, bestraf hem.” ‘Bestraffen’ betekent letterlijk: er gewicht op leggen. Je brengt de zaak onder de aandacht van de ander. Dat doe je op een vriendelijke, duidelijke manier, waarbij je er rekening mee houdt dat je de ander misschien verkeerd begrepen hebt.

b. Bewust besluiten het onrecht door de vingers te zien. Je kunt er ook voor kiezen het onrecht te accepteren en het bij God te brengen (bijvoorbeeld als het nauwelijks zin heeft om de ander te confronteren). Let op: dit is niet het opkroppen van je boosheid, maar het tegenovergestelde: boosheid in Gods handen leggen, een bewuste keuze maken om de overtreding achter je te laten.

Bij vermeend onrecht kun je ook kiezen uit twee opties:

a. Je deelt je gevoelens niet met de ander. Je bespreekt je gevoelens wel met God.

b. Je deelt je gevoelens en gedachten met de ander. Zelfs onterechte boosheid is een teken dat er iets in de relatie niet goed zit, dat de relatie aandacht nodig heeft. Als je niet open en liefdevol met elkaar kunt praten, zal de boosheid niet snel verdwijnen. Dit delen doe je als volgt:

• Deel je zorgen op een niet-veroordelende manier.

• Stel vragen om erachter te komen wat er precies is gebeurd en of jouw gedachten wel kloppen.

• Probeer wederzijds begrip op te brengen voor elkaar.

• Vraag eventueel om verandering (doe dit als een wens, een verzoek, niet als eis of manipulatie).

5. Handel het conflict op een opbouwende manier af.

Bij werkelijk onrecht: Als je besloten hebt het onrecht door de de vingers te zien: bespreek deze beslissing met God en leg je boosheid bij Hem neer. Als je besloten hebt de ander liefdevol te confronteren: vergeef diegene als hij zijn zonden belijdt en berouw heeft; de relatie kan dan herstellen. Als de ander geen zonden belijdt en geen berouw heeft, zijn er verdere stappen nodig (Hierop gaan we dieper in tijdens de bijeenkomst over ‘Vergeving en berouw’).

Bij vermeend oprecht: neem de stap om in gesprek te gaan met de ander of praat erover met God.

Vragen bij 4. Constructief boos zijn

1. Kun je een situatie bedenken waarin er sprake was van werkelijk onrecht? Heb je deze stappen toegepast? Waar ging het evt. fout? Had het anders kunnen gaan als je deze stappen had toegepast?

2. Kun je een situatie bedenken waarin er sprake was van vermeend onrecht? Heb je deze stappen toegepast? Waar ging het evt. fout? Had het anders kunnen gaan als je deze stappen had toegepast?


Thuisopdracht

Je hebt nu heel veel gelezen en geleerd over omgaan met boosheid. Probeer de komende twee weken eens op te schrijven wanneer je boosheid voelt. Werk vervolgens de vijf genoemde stappen voor jezelf uit. Neem dit mee naar de volgende bijeenkomst.

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de contactgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk

Bijeenkomst 8: Identiteit

Bijeenkomst 8: Identiteit

Doel

In deze bijeenkomst houden we ons bezig met de vraag: wie ben ik? Het antwoord op deze vraag bepaalt o.a. hoe je in het leven staat en hoe je omgaat met gevoelens van pijn en teleurstelling.

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

Ter voorbereiding op de bijeenkomst, vragen we je om het volgende te doen:

  • Lees het materiaal thuis helemaal door. Heb je er vragen over, of springt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.

Inleiding ‘Identiteit’

Een groot deel van de paragrafen 2 t/m 4 uit deze inleiding is gebaseerd op deel 1 van de prekenserie van Henri Nouwen ‘You are the beloved’.

1. Als je man seksverslaafd is

Als je man porno-/seksverslaafd is, kan dat heel veel doen met de manier waarop je naar jezelf kijkt. Misschien herken je je in één van onderstaande uitspraken:

  • Ik voel me tekort geschoten. Als ik mezelf vergelijk met die altijd gewillige pornovrouwen die mijn man jarenlang heeft bekeken, dan schiet ik op alle punten tekort. Het lijkt wel alsof dat in grote letters boven mijn hoofd staat: ’tekortgeschoten’.
  • Als ik vroeger in de spiegel keek, was ik best tevreden over mezelf. Ik dacht er eigenlijk nooit zo erg bij na. Maar vanaf het moment dat mijn man vertelde dat hij prostituees had bezocht, voelde ik me ook een prostituee. Ik kon bijna niet meer naar mezelf kijken in de spiegel.
  • Ik heb niet erg grote borsten en vind dat nu vreselijk. Moet je eens zien hoe die pornovrouwen eruitzien. Dat lijkt totaal niet op mij. Mijn man vergelijkt mij natuurlijk met hen en het kan niet anders dan dat hij ervan baalt dat ik er niet anders uitzie.

Veel vrouwen merken dat ze anders naar zichzelf zijn gaan kijken sinds ze hoorden of ontdekten dat hun man porno keek/ontrouw was. Ze voelen zich bijvoorbeeld lelijk, te dik of juist te dun. Ze voelen zich vies, besmeurd of tekortschieten. Misschien had je deze gedachten altijd al over jezelf en zijn ze versterkt door wat je nu weet over je man. Misschien zijn deze gedachten juist helemaal nieuw voor je. Of misschien ben je je niet eens bewust van gedachten die je over jezelf hebt. Ga dan eens voor de spiegel staan. Kijk eens goed naar jezelf. Niet alleen naar hoe je eruitziet, maar probeer ook eens te bedenken wie jij bent als mens. Welke gedachten heb je dan over jezelf? Wat staat er als het ware in grote letters boven jouw hoofd geschreven?

Vragen:

  1. Stel jezelf eens voor dat je voor de spiegel staat en naar jezelf kijkt. Welke gedachten heb je dan over jezelf? Wil je deze opschrijven? Zowel de positieve als de negatieve?
  2. Welke gedachte springt er als het ware bovenuit? Wat staat boven jouw hoofd geschreven?
  3. Is deze gedachte altijd al aanwezig geweest in je leven of pas later ontstaan?

2. Wie ben ik?

Wie ben ik? Tijdens ons leven zijn we vaak op zoek naar een antwoord op die vraag. De meeste mensen vinden het antwoord in één van de volgende uitspraken/gedachten:

Ik ben wat ik doe.
Je vindt je identiteit in de dingen die je doet. Als je goede dingen doet en succes hebt, voel je je goed over jezelf. Als je faalt, voel je je rot of depressief. En als je ouder geworden bent en niet zoveel meer kunt, vind je je identiteit in je ’trofeeën’: de successen die je behaalde in je werk of in je kinderen of je bezittingen.

Ik ben wat anderen zeggen dat ik ben.
Je vindt je identiteit in wat anderen over je zeggen. Wat anderen over je zeggen is heel krachtig en voor sommigen zelfs het meest belangrijke. Als mensen goed over je spreken, voel je je goed. Als iemand negatieve dingen zegt, voel je je heel rot of verdrietig. Afkeurende woorden kunnen je diep in je hart raken. Het kan je dag en je humeur verpesten.

Ik ben wat ik heb.
Je vindt je identiteit in wat je hebt. Je hebt een goede opleiding, gezondheid, uiterlijk, familie, bezit en daardoor voel je je goed. Maar als je daarvan dan iets kwijtraakt, wordt het moeilijk; wie ben je dan nog?

Als we nu nog eens terugkijken naar de verschillende gedachten die je kunt hebben als partner van een seksverslaafde, dan zou je die ook in die drie categorieën kunnen onderverdelen. Bijvoorbeeld:

  1. Ik ben wat ik doe – Als ik op seksueel gebied maar heel gewillig ben, dan ben ik een goede vrouw voor mijn man en denk ik goed over mezelf.Als ik maar heel veel klaarsta voor anderen, dan voel ik me tenminste weer een beetje gewaardeerd.
  2. Ik ben wat anderen zeggen dat ik ben – Als mijn man zegt dat ik te dik ben, voel ik me heel slecht over mijzelf. Als andere mannen naar me fluiten of me laten zien dat ze me aantrekkelijk vinden, dan tel ik nog een beetje mee als vrouw
  3. Ik ben wat ik heb – Ik tel vooral mee als ik een relatie heb. Ik kan alleen goed over mezelf denken als ik een lichaam heb dat slank is / als ik grotere borsten heb. Als mijn huis nu maar blinkend schoon en opgeruimd is, dan voel ik me in deze periode nog een beetje goed over mezelf.

Vragen

  1. Kijk nog eens naar de gedachte die je bij de vorige vraag hebt opgeschreven. Kun je deze onderbrengen in een van de drie categorieën (ik ben wat ik doe, wat anderen over me zeggen, wat ik heb).
  2. Welke van deze drie punten speelt het sterkst in jouw leven? Waarom is dat zo, denk je?

3. Leven volgens een zigzaglijn

Veel van onze energie gaat zitten in een van die drie antwoorden. Ons leven gaat dan als het ware op en neer. Als ik veel heb, of veel doe, en als mensen goed over me spreken, dan voel ik me goed. Maar als mensen negatief over me spreken, als ik niet datgene heb wat ik graag zou willen, of als ik niet in staat ben om iets te doen, dan voel ik me down of zelfs waardeloos.

Ons leven lijkt dan wel een zigzaglijn die steeds op en neer gaat. We zijn steeds bezig om aan de bovenkant van die lijn te blijven. Om ervoor te zorgen dat anderen goed over ons spreken, om te houden wat we hebben, en te doen wat onze identiteit bouwt. Dat noem je overleven en daar zijn we dan mee bezig tot de dag van ons overlijden, de dag dat we niets meer hebben en niets meer kunnen doen en uiteindelijk ook niemand meer over ons zal praten.

Hoe kunnen we daar nu op een andere manier mee omgaan? We gaan daarvoor kijken naar het leven van Jezus. Tweeduizend jaar geleden werd Hij door satan op de proef gesteld. Satan zei tegen Jezus:

–          Verander die stenen in brood (laat zien dat U iets doet);

–          Spring van de tempel en laat engelen U opvangen (zodat de mensen goed over U spreken);

–          Kniel voor me, dan geef ik U veel bezittingen.

Satan zei in feite: doe dit of doe dat, want dan ben je geliefd. Maar Jezus herkende dit als een regelrechte leugen. Jezus wist wie Hij was. Hij wist dat Zijn identiteit niet afhangt van deze drie dingen. Voordat de Heilige Geest Hem naar de woestijn leidde, had God tegen Hem gezegd: ‘Jij bent mijn geliefde kind. In Jou vind ik vreugde.’ En Jezus hield zich vast aan die woorden. Mensen juichten voor Hem en anderen wezen Hem af tijdens Zijn leven op aarde. Maar Hij hield vast aan de waarheid: Ik ben Gods geliefde.

Vragen: 

  1. Herken je dat: leven volgens de zigzaglijn? Hoeveel energie steek jij erin om aan de bovenkant van die lijn te blijven? Wat kost het je? En hoe vind je dat eigenlijk?

4. Jij bent de geliefde!

Ook wij mogen ons vasthouden aan die woorden: Jij bent mijn geliefde dochter. Als je je daaraan vasthoudt, dan kun je leven in een wereld die je toejuicht of afwijst of uitlacht of bespuugt. Jij bent de geliefde dochter van God. Je hebt het nodig om die woorden te horen met je hart, zodat het je leven kan veranderen. In de Bijbel staan zoveel teksten die daarover gaan:

  • Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! (Jes 43:1b)
  • Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zoveel van je. (Jes 43:4)
  • Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit. (Jes 49: 15)
  • Ik heb je in mijn handpalm gegrift. (Jes 49:16)
  • Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. (Mat 10:30)
  • Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. (Joh 3:16)
  • Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn wij ook. (1 Joh 3:1)

Je hebt het nodig om die woorden te horen, want daardoor ga je steeds meer leven als de geliefde dochter van God. Die waarheid wordt dan de basis van je leven. En die waarheid wordt steeds groter en zal je leven van alledag beïnvloeden. Je zult nog steeds afgewezen worden, of geprezen worden, je zult verliezen lijden, maar je leeft niet meer als iemand die zoekt naar zijn identiteit; je leeft als de geliefde dochter van God. Je beleeft je successen, je falen, je pijn, etc. als degene die weet wie zij is.

De stem die jou de geliefde noemt, is van Degene die het eerst van je gehouden heeft. Hij hield van je voordat je ouders, leraren, partner e.d. dat deden. Je naasten doen dat niet altijd op de goede manier. Ze doen ons soms pijn. Mensen die het dichtst bij je zijn, kunnen je ook het meest pijn doen. Hoe kun je dan leven met de kennis dat liefde en verdriet altijd samengaan? Dat kan alleen als we vasthouden aan die eerste liefde. Zodat we kunnen vergeven, maar zodat we ook Gods liefde kunnen herkennen in de liefde die we ontvangen.

Elke keer als je bitter wordt, jaloers, je afgewezen voelt, zeg dan: ik ben de geliefde van God. Dát is wie je bent. Dat is je identiteit. Afwijzing en pijn kunnen je juist helpen om je nog meer vast te houden aan die waarheid dat je de geliefde bent. Je kunt dan vrijelijk van anderen houden zonder te verwachten dat ze al jouw wensen vervullen. God heeft ons geschapen met een hart dat alleen door Gods liefde voldoening krijgt. Elke andere vorm van liefde is een bijkomstigheid, is beperkt en zal pijn doen.

Laat verdriet en afwijzing in je leven je ertoe zetten om de waarheid dat je Gods geliefde bent dieper tot je te laten doordringen. Dan ben je zo vrij als Jezus en leef je op deze aarde in het besef van Gods liefde, waar je ook gaat en wat er ook gebeurt.

Vragen:

  1. Geloof je dat, dat God ook tegen jou zegt: ‘Jij bent Mijn geliefde dochter, in jou vind Ik vreugde’? Waarom wel/niet?
  2. Kun je in je eigen woorden uitleggen hoe deze waarheid (Jij bent mijn geliefde dochter) je leven kan veranderen? Kun je een voorbeeld geven, hoe dit heel praktisch kan uitwerken in jouw leven?
  3. Wat heb jij nodig om deze waarheid aan te nemen en/of vast te houden?

Thuisopdracht

Kies een tekst uit die jou het beste herinnert aan wie jij werkelijk bent. Dat mag een Bijbeltekst zijn, een lied, gedicht, uitspraak of wat dan ook. Neem deze tekst mee naar de bijeenkomst van de gespreksgroep.

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de gespreksgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk.

Bijeenkomst 9: Seksualiteit

Bijeenkomst 9: Seksualiteit

Doel

Tijdens deze bijeenkomst ga je met elkaar in gesprek over het onderwerp seksualiteit. Neem deze keer ruim de tijd om het materiaal door te nemen en de vragen te beantwoorden. Als je merkt dat dit veel met je doet, praat er dan met iemand over (zie ook bij ‘Thuisopdracht’).

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

We vragen je thuis alvast het volgende te doen ter voorbereiding op deze bijeenkomst:

  • Lees het materiaal helemaal door. Heb je er vragen over, of springt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.

Inleiding ‘Seksualiteit’

1. Hoe denk jij over seksualiteit?

Seksualiteit kan mooi zijn en verbondenheid geven. Maar het kan ook moeilijk, ingewikkeld of pijnlijk zijn. Het hangt er maar van af welke ervaringen je ermee hebt opgedaan en welke waarheden je hebt meegekregen. Als je dit materiaal leest en als je later tijdens de groepsbijeenkomst in gesprek gaat over seksualiteit, dan neem je je eigen beeld en gedachten over seksualiteit mee.

Opdracht: Voordat je verder gaat lezen, willen we je daarom vragen om eerst de volgende vraag te beantwoorden: welke woorden/gedachten komen in jou op als je denkt aan het onderwerp ‘seksualiteit’? Schrijf dat voor jezelf op.

Ieder mens is een seksueel wezen, ongeacht of je een seksuele relatie hebt (gehad) of niet. Seksuele gevoelens en verlangens horen bij een normale, gezonde seksuele ontwikkeling. Om op een gezonde manier met seksualiteit om te gaan is het belangrijk dat je seks accepteert als deel van jezelf, van wie je bent. Wat ook nodig is is om op een positieve manier naar seks kijken. En dat gebeurt niet automatisch. Ons beeld en onze gedachten over seksualiteit worden beïnvloed door verschillende factoren:

1. Je opvoeding – Spraken je ouders met jou over seksualiteit? Was er openheid of juist helemaal niet? Werd er positief over seksualiteit gesproken of werd seks en lust afgedaan als zondig en slecht? Hoe gingen je ouders met elkaar om; was het liefdevol of was er ruzie? Raakten ze elkaar aan, of niet? Werd jij aangeraakt en bevestigd als kind? Al deze aspecten kunnen invloed hebben gehad op de manier waarop jij over seksualiteit bent gaan denken en het hebt beleefd.

2. Je omgeving – Hoe gingen je vrienden en klasgenoten om met seksualiteit? Hoe spraken ze erover en hoe heeft dat jou wellicht beïnvloed? Wat leerde je van familieleden, van de kerk, van leerkrachten?

3. Media/maatschappij – In films, tijdschriften, op internet e.d. wordt veel gezegd en getoond over seksualiteit. Je zou kunnen zeggen dat er vaak een beeld wordt geschetst waarin vrije seks normaal is. Seks moet altijd kunnen, met wie, wanneer of waar je maar wilt. Herken je dat? En wat is de invloed daarvan op jou (geweest)?

4. Je eigen ervaringen – Vooral je allereerste seksuele ervaringen hebben een grote invloed op je leven. Ze worden als het ware ingeprent in je geheugen. Iemand zei eens: ‘Het is alsof je duizenden foto’s maakt van die momenten en ze allemaal opslaat.’ Je kunt je dan indenken wat er gebeurt als die eerste ervaringen te maken hebben met seksueel misbruik, als op andere manieren grenzen werden overschreden, of als je eerste ervaringen alleen maar lustgericht waren. Het maakt dus nogal wat uit of jouw ervaringen met seks fijn en goed waren, of leeg en naar. Het vormt je beeld en je gedachten van seksualiteit.

Vragen:

  1. Kijk nog eens naar het antwoord dat je hebt gegeven bij de eerste opdracht. Hoe is dat antwoord tot stand gekomen, denk je? Welke rol hebben je opvoeding, de omgeving, de media of je eigen ervaringen daarin gehad?
  2. Als je nu een negatieve kijk hebt op seksualiteit, verlang je er dan naar dat dat anders gaat worden? Wat denk je dat daarvoor nodig is?

 


2. Wat seks met je doet

Christenen hebben vaak het imago dat ze moeilijk of preuts doen over seksualiteit of mensen hebben het idee dat christenen seks zondig of vies vinden. Maar het tegendeel is eigenlijk waar; de Bijbel is juist zeer positief over seksualiteit!

• God is de bedenker van seksualiteit. In Genesis 1:27 staat dat hij de mensen mannelijk en vrouwelijk geschapen heeft. Hij heeft onze lichamen gemaakt. Hij heeft ook seksualiteit bedacht en dat in ons gelegd. Seksualiteit is iets wat helemaal bij God hoort.

• God geeft de opdracht tot seksualiteit. In Genesis 1:28 staat: ‘Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en wordt talrijk (…)” Later geeft hij man en vrouw de opdracht om één vlees te zijn.

• Het Bijbelboek Hooglied beschrijft dat seksualiteit geweldig is! In dit Bijbelboek vertellen een man en een vrouw heel open hoe geweldig ze elkaars lichaam vinden en hoe enorm ze naar elkaar verlangen. Er is alle ruimte om ontzettend te genieten van seksualiteit. Hooglied 7:7 (NV) zegt: ‘Wat ben je mooi, wat ben je prachtig, liefde, als je wordt genoten.’

Seksualiteit is dus door God bedacht en gemaakt. We zijn geschapen als mensen met seksuele verlangens. En dat is mooi en goed. Het is een geschenk van Hem waar we blij mee mogen zijn.

Tegelijk laat de Bijbel ook een andere kant van seksualiteit zien: verkrachting (Tamar), overspel (David), verleiding (Jozef bij Potifar, of Simson die zwicht voor Delila). En iedere keer heeft dat grote gevolgen (moord, gevangenis, straf.) Seks kan dus iets fantastisch zijn, maar het kan ook ingewikkeld en verwoestend zijn. Seksualiteit heeft twee kanten. Wilkin van der Kamp zegt daarover in zijn boek Wat seks met je doet:

Seks is fascinerend, seks is spannend, seks is prachtig, seks is belangrijk, maar seks is niet neutraal. Als je het hebt, doet het wat met je. In positieve of in negatieve zin.

Vragen:

  1. De Bijbel is positief over seksualiteit. Kan of wil jij dat geloven, dat seksualiteit een mooi geschenk is van God? Waarom wel/niet?
  2. De Bijbel is ook realistisch over seksualiteit. Het heeft twee kanten; seks is nooit neutraal. Herken je dat?

3. Seksualiteit heeft grenzen nodig

Seksualiteit gaat om verbinding. De Bijbel zegt dat een man zijn vader en moeder zal verlaten, zijn vrouw zal aanhangen en dat die twee tot één vlees zullen zijn. Seksualiteit wordt hier gekoppeld aan ‘aanhangen’. Je zou ook kunnen zeggen: hechten of aankleven. Ze zijn zo met elkaar verbonden dat het niet zomaar losgemaakt kan worden. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat ons lichaam zogenoemde ‘monogaamstofjes’ aanmaakt; hormonen die vrij komen bij aanraking en seksueel contact en die zowel mannen als vrouwen ernaar doen verlangen om meer en langdurig verbonden te zijn met elkaar. Seksualiteit is dus niet bedoeld voor losse contacten, maar voor een langdurige verbinding met één persoon! En daarom heeft seksualiteit grenzen nodig. Dát is een voorwaarde om seksualiteit te beleven zoals Hooglied erover schrijft. Binnen die grenzen kan seksualiteit iets moois, intiems en gaafs zijn!

1e grens: exclusiviteit

Seksualiteit gaat om twee personen. Er horen geen anderen bij betrokken te zijn. Niet in daden (overspel, een extra bedpartner), maar ook niet in gedachten (fantaseren over anderen). Alleen jij en hij. Je hebt het nodig om te weten dat jij de enige bent voor hem, en dat hij de enige is voor jou.

Als die grens van exclusiviteit er niet is, gaat er iets kapot in de relatie. Als je man je ontrouw is of porno kijkt, is dat beschadigend voor het vertrouwen en de intimiteit in jullie relatie. Als hij over andere vrouwen of pornobeelden fantaseert tijdens seks met jou, mis je daardoor de verbinding die God in seksualiteit aan jullie wil geven. Dat gebeurt ook als jijzelf, om welke reden dan ook, fantaseert over andere mannen of als je gebruik maakt van pornobeelden om seks te kunnen hebben met je man.

2e grens: trouw en toewijding

Seksualiteit is bedoeld voor een levenslange verbinding met elkaar. Je hebt het daarom nodig dat er een belofte is van trouw en toewijding. Dat je weet: wij blijven blij elkaar en zorgen voor elkaar, wát er ook gebeurt. Wij blijven bij elkaar als één van ons ziek wordt, als één van ons verliefd wordt op een ander, als we elkaar minder aantrekkelijk vinden, als de relatie moeizaam gaat. Dat geeft de veiligheid die nodig is voor een seksuele relatie. Veiligheid die ervoor zorgt dat je je in vrijheid en zonder angst kunt geven aan elkaar.

Zonder deze veiligheid is er angst en onzekerheid in je relatie en dat zorgt ervoor dat je deze grens niet meer goed herkent bij jezelf. Regelmatig krijgen we vragen van jonge meiden die willen weten of ze hun vriendje op seksueel gebied maar alles moeten geven in de hoop dat hij niet opnieuw porno gaat kijken of vreemdgaat. Deze meiden voelen niet meer goed dat ze eerst die trouw en toewijding nodig hebben voordat ze zich seksueel kunnen geven. Ze draaien het om: eerst seksueel geven en dan hopen dat hij trouw blijft. Dit gebeurt ook als je als vrouw je seksueel blijft geven in de hoop dat je man dan maar vriendelijk tegen je gaat doen, stopt met porno kijken of niet bij je weggaat.

3e grens: intimiteit

Seksualiteit gaat niet alleen om het lichamelijke, maar om je hele persoon. Intimiteit komt van het woord intima en dat betekent je diepste binnenste. Wie je diep van binnen bent, mag betrokken zijn bij seksualiteit. Je verlangens, moeiten, dromen, onzekerheden, angsten en falen. En die van hem! Om jezelf lichamelijk bloot te geven aan elkaar, is het dus belangrijk dat je je ook emotioneel kunt blootgeven aan elkaar. Als je dat kunt, voel je je gekend en geaccepteerd zoals je werkelijk bent.

Als er geen intimiteit is, als seksualiteit alleen gaat om het lichamelijke, dan voel je je niet gekend. Het bevredigt even lichamelijk, maar je ziel wordt niet bevredigd; je mist de verbinding met elkaar waarnaar je – soms zonder het te weten – verlangt. Als je seks hebt zonder intimiteit, zul je je na afloop leeg, koud of eenzaam voelen. Het zorgt dan niet voor verbinding, maar voor verwijdering.

4e grens: liefde

Seksualiteit heeft alles te maken met liefde, en liefde heeft weer alles te maken met geven. Je geeft jezelf aan de ander, je bent gericht op de ander. In seksualiteit gaat het niet om jou en wat jij kunt nemen, maar om de ander en wat je kunt geven en ontvangen.

Als seksualiteit zonder liefde is, dan is het egoïstische seks. Seks die gaat om jou, die gericht is op jezelf.

Als die grenzen er zijn, kan seks iets worden wat gaaf is, wat veilig en liefdevol is. Waar lust aanwezig is, maar niet overheerst. Dat is de seks waarover Hooglied het heeft; waar je intens mag verlangen naar elkaar, waarvan je met volle teugen mag genieten. Die ervoor zorgt dat je je meer en meer verbindt met elkaar.

Maar laten we eerlijk zijn: we zijn als mensen in staat om seks te hebben buiten die grenzen om. En de kans is heel groot dat je daar ervaringen mee hebt gehad. In je verleden, of in de relatie met je partner. Je voelde je niet verbonden, maar alleen. Je voelde je niet geliefd, maar gebruikt. Je voelde je niet veilig, maar onzeker. Er was alleen lust, en geen intimiteit. En jij en jullie relatie hebben schade opgelopen daardoor. Misschien wel zoveel dat je je afvraagt of het ooit weer goed kan komen met seksualiteit. Om samen weer op een gezonde manier met seksualiteit om te gaan, is het dus belangrijk dat je na gaat denken over en werken aan die vier grenzen.

Vragen:

  1. Ben je het eens met de vier genoemde grenzen? Waarom wel/niet?
  2. Welke grenzen (exclusiviteit, toewijding, intimiteit, liefde) zijn aanwezig in jouw relatie?
  3. Welke zijn niet (voldoende) aanwezig? Welke grenzen moeten er ingesteld of verstevigd worden?
  4. Wat is daarvoor nodig? Wat kun jij doen?

4. Seksualiteit in de fasen van herstel

Welke plek heeft seksualiteit in jullie relatie? Welke plek zou het moeten/mogen hebben? Om die vraag te beantwoorden, gaan we kijken naar de verschillende fasen in het herstelproces.

a. Als de verslaving nog aanwezig is

Als de verslaving nog aanwezig is, dan is die eerste grens van exclusiviteit niet aanwezig. Je partner is in daden of gedachten met anderen bezig. En als vrouw voel je (hopelijk nog) dat dit niet kan. Jij wilt de enige zijn. Daarom is het nodig dat je aanstuurt op het breken met de verslaving. Op het rein worden, óók in gedachten en met fantasie.

Je kunt in deze fase wel seks hebben met elkaar. Maar eigenlijk zijn dan alle vier de grenzen niet aanwezig: er is vaak ook geen intimiteit, seks is alleen lichamelijk, er is weinig liefde of je voelt je niet geliefd. Om seks te hebben moet je als vrouw dan ‘vrijen met de knop om’. Het is dan alleen lichamelijk; je eigen gevoel of wie je zelf bent, doet in feite niet mee. Je kunt zelfs het gevoel hebben dat je lichaam en geest gescheiden zijn

En misschien lukt dat ‘prima’: je hebt seksuele verlangens, je voelt lust en je geeft daaraan toe. Eigenlijk beleef je seksualiteit dan vooral vanuit de eros-kant, de lustkant, de kant die voor mannen vaak het sterkst geldt. Je gaat dan voorbij aan de ‘vrouwelijke’ kant van seksualiteit; de filia-kant; het verlangen naar verbinding, gekend en gezien en geliefd worden. Je kunt dit herkennen als je merkt dat je – na het seksuele contact – je leeg, koud of eenzaam voelt.

Of misschien is die eros-kant veel minder aanwezig en heb jij seks in deze periode uit een gevoel van angst of plicht. Je bent bang dat hij anders terugvalt of dat hij of  God boos op je worden. Als vrouw moet je je aan je man blijven geven, hoe de situatie ook is, denk je. Misschien zie je seks als oplossing voor zijn verslaving (zoals een vrouw die het advies kreeg altijd op de seksuele behoeften van man in te gaan, maar de verslaving bleef). Gevolg is dat er steeds meer iets kapot gaat bij je en dat je steeds meer een afkeer krijgt van seks.

Als je in deze fase wel vrijt met elkaar, is het belangrijk om goed te bedenken waarom je dat wilt. Doe je dat omdat je het wilt? Of is het vooral uit angst en/of controle? Mag/durf ik nee te zeggen? Begrijpen jullie beiden het belang van die grens van exclusiviteit voor herstel van de seksuele relatie?

b. Begin herstel – de putfase

Als er radicaal gebroken is met porno, verslaving, ontrouw etc, dan sta je aan het begin van het herstelproces. Veel vrouwen merken in deze fase dat ze veel verdriet, angst en pijn ervaren. Ze komen in een diepe put terecht. Het is nodig dat je man dan leert om een ladder te pakken en af te dalen in die diepe put, het donker te ervaren en te luisteren, vragen te stellen en te troosten. Als vrouw moet je gaan leren om je gevoelens te durven uiten en je man toe te laten in die put. Als je dat samen leert om te doen (met vallen en opstaan), zorgt dat voor een stukje groei in vertrouwen, voor verbinding, voor een gevoel van geliefd zijn. Eigenlijk is dit: werken aan die grenzen die nodig zijn voor liefdevolle seks.

Jullie (seksuele) relatie zou je kunnen vergelijken met een huis. Helemaal bovenin, op zolder, vind je de slaapkamer. Om het in de slaapkamer weer goed te hebben met elkaar, is het echter belangrijk dat je gaat werken aan de kamers beneden: de woonkamer, de keuken, de gang. Dáár wordt het vertrouwen opgebouwd, vindt de verbinding plaats etc.

En dit stuk is essentieel. Je kunt niet zeggen: ‘Ik wil weer seks met je’, of ‘We verlangen naar een seksuele relatie’, terwijl je dit stuk overslaat. Voor een man is dit soms lastig te begrijpen. Voor een man is seks veel meer iets lichamelijks. Hij kan vaak seks hebben als er afstand is in de relatie of wanneer er ruzie is. De betekenis van seksualiteit heeft voor een vrouw veel meer te maken met haar hart. Voor haar is het essentieel om die verbinding en veiligheid te voelen. En die verbinding en veiligheid creëer je eerst buiten de slaapkamer, in de ‘put’.

Als vrouw is het belangrijk in deze putfase om goed naar jezelf te luisteren. Sta je open voor seks (omdat je die verbinding nu ervaart)? Dan is dat prima. Sta je nog niet open voor seks omdat je je niet veilig voelt? Dan mag dat ook. ‘Je kunt pas ja zeggen als je ook nee kunt zeggen’, zei iemand ooit. Het is belangrijk om het nee van de ander te respecteren. Om de ander niet over te halen om tóch seks te hebben of om niet boos of chagrijnig te worden na een nee. En het is net zo belangrijk om een nee op een goede manier te communiceren. Verwacht niet van de ander dat hij je nee wel vanzelf aanvoelt, maar neem zelf verantwoordelijkheid voor wat je wel en niet wilt, en uit dit op een goede manier. Praat over wat een nee met jullie doet en sluit je niet af voor elkaar. Als er (nog) geen seksualiteit is, werk dan wel aan intimiteit op andere gebieden.

c. Verder herstel

En dan komt er hopelijk een dag waarop je merkt dat jullie relatie meer en meer hersteld is. Je hebt leren praten en delen met elkaar. Het vertrouwen is voor een groot deel hersteld, je kunt weer lachen met elkaar, je voelt je geliefd en je hebt gedurende het herstelproces allerlei oude patronen aangepakt. Dat betekent echter niet automatisch dat ook jullie seksuele relatie weer hersteld is. Seks kan zo moeilijk zijn geworden, zo moeilijk te bespreken, zo omringd met negatieve gevoelens van angst, afwijzing, ‘moeten’ en schuld. Er kunnen blokkades zijn en als stel weet je dan misschien niet hoe dit ooit nog goed moet komen. Wat kan dan helpen?

1. Leer om te verlangen naar herstel van jullie seksuele relatie. Bid daarvoor en spreek het naar elkaar uit. Geef niet op, maar blijf zoeken naar wat jullie hierin nodig hebben. Houd vast aan de waarheid dat seksualiteit een geschenk is van God en leer om (weer) positief te gaan denken over seks.

2. Pak trauma’s aan. Als één van jullie trauma’s heeft op het gebied van seksualiteit (bv. door misbruik), ga deze dan aanpakken door middel van goede therapie.

3. Blijf elkaar aanraken. Ook (of juist!) in de periodes dat er geen seksuele aanrakingen zijn. Houd elkaars hand vast, geef elkaar een kus, ga knuffelen, bij elkaar liggen. Het is een belangrijk waarschuwingssignaal als jullie elkaar nooit meer aanraken.

4. Ga elkaar actief liefhebben, ook (of juist!) als seks moeilijk is. Neem naar de ander een houding aan van geven, wees gericht op de ander (wat vindt hij/zij fijn), denk aan de ander. Een houding van geven en gericht zijn op de ander, kan weer ruimte maken voor een verlangen naar seksualiteit (want seksualiteit gaat ook om geven).

5. Accepteer dat je verschillend bent. Accepteer dat God mannen en vrouwen verschillend gemaakt heeft op het gebied van seksualiteit. Een man wordt eerder en anders geprikkeld, heeft vaak een grotere behoefte aan seks. Voor een vrouw is seksualiteit meer omgeven met ‘voorwaarde’. Stop met elkaar te veroordelen om die verschillen. De ander is niet slecht of stom, maar anders.

6. Ga met elkaar in gesprek over nee zeggen. Wat doet dat met jullie? Hoe communiceer je erover? Kun je bijvoorbeeld zeggen dat je het moeilijk vindt dat de ander geen seks wil, maar dat je dat respecteert? Kun je zeggen dat je begrijpt dat het voor de ander moeilijk is dat jij geen seks wilt, maar dat je dankbaar bent voor de ruimte die je krijgt?

7. Wat heb je nodig voor een ja? Voor degene die seksualiteit moeilijk vindt: denk na over wat je nodig hebt om ja te kunnen zeggen en leer om daarin een stap te gaan zetten. Als de woonkamer op orde is, als de vier grenzen er zijn, als de veiligheid er is, dan komt er een moment waarop je mag gaan werken aan je ja. Dit kan daarin helpen:

• Wat heb ik nodig om me écht geliefd te voelen? Welke liefdestaal hoort bij mij?

• Welke aanrakingen vind ik prettig? De huid van een vrouw is gevoeliger dan die van een man, en daarnaast heeft de vrouw veel meer plekken op haar lichaam die haar kunnen prikkelen. Ga samen ontdekken wat je prettig vindt. Ferdinand Bijzet stelt voor om samen streel-oefeningen te doen, waarbij je elkaar een aantal keer in de week gedurende een bepaalde periode streelt, zonder dat er seksueel contact mag zijn. Dit kan helpen om weer contact te maken met je lichaam, te durven voelen en te ontdekken wat je wel en niet fijn vindt.

• Leer als vrouw om je hoofd ‘uit te zetten’. Mannen kunnen zich over het algemeen bij seksualiteit heel makkelijk concentreren op alleen de seksualiteit. Vrouwen zijn als een ladekast waarvan allerlei laden openstaan bij seksualiteit. Leer ontdekken wat je nodig hebt om die lades dicht te krijgen.

• Accepteer dat je lustgevoelens er mogen zijn. Ze zijn niet verkeerd of zondig. God heeft seksualiteit ook gemaakt om van te genieten. Als vrouw heb je veiligheid en verbondenheid nodig om te komen tot seksualiteit, maar dat betekent niet dat lustgevoelens er niet mogen zijn; ze horen er bij. Tegelijk zijn lustgevoelens niet altijd direct nodig. Leer als vrouw herkennen wanneer je emotioneel open staat voor seksualiteit: voel ik me veilig genoeg en wil ik gaan kijken of ik ook lichamelijk zin krijg?

• Welke praktische dingen heb je nodig om tot een ja te komen? Je kunt dan denken aan wat jou helpt om de verbinding met de ander te voelen (bijvoorbeeld: licht aan, tussendoor praten, elkaar aankijken). Maar ook: dat de ander lekker ruikt, dat de slaapkamer warm is, dat je zelf goed uitgerust bent (middagtukje :))  en dat je actief werkt aan je gezondheid.

8. Accepteer dat het niet perfect wordt. Jullie (seksuele) relatie zal nooit perfect worden. En dat hoeft ook niet. Je blijft verschillend, er zullen littekens blijven die soms opspelen. Maar dat hoeft niet erg te zijn. Wees dankbaar voor het mooie, goede dat er is. Leer samen om seks meer en meer te zien als een mooi geschenk van God, waarin je samen mag groeien.

Vragen:

  1. In welke van de drie genoemde fasen zit jullie relatie?
  2. Wat spreekt je aan uit wat geschreven staat over seksualiteit in deze fase? Wat vind je lastig?
  3. Is er een stap die je moet/wilt gaan nemen die bijdraagt aan een gezondere manier van omgaan met seksualiteit?

Thuisopdracht

Het doornemen van dit materiaal kan veel met je doen, vooral als jij erg beschadigd bent geraakt op het gebied van seksualiteit. Zorg daarom goed voor jezelf! Heb je behoefte om hierover te praten met iemand? Doe dat dan, met je vriendin, je buddy, een familielid. Wellicht kun je bij de gespreksleidster van je groep terecht of ga starten met gesprekken bij een therapeut.

Wil je meer lezen/horen over gezonde seksualiteit? De volgende boeken en video’s  kunnen je helpen:

  • De intiemste band – Gary Chapman
  • Wat seks met je doet – Wilkin van de Kamp
  • Laugh your way to a better marriage – lezingen van Mark Gungor die op een bijzondere en humoristische manier uitleg geeft over man-vrouw verschillen en seksualiteit
  • Seks is gaaf – lezing van Wilbert Weerd over Seksualiteit – lezing start bij 35 minuten

 

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de contactgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk

Bijeenkomst 10: Vergeving en berouw

Bijeenkomst 10: Vergeving en berouw

Voorbereiding bijeenkomst gespreksgroep

We vragen je thuis alvast het volgende te doen ter voorbereiding op deze bijeenkomst:

  • Lees het materiaal thuis helemaal door. Heb je er vragen over, of spingt iets er juist uit voor je? Noteer dat dan voor jezelf.
  • Bekijk de vragen die in het materiaal staan. Overdenk ze en probeer ze te beantwoorden.
  • Maak de thuisopdracht en neem deze ook mee naar de volgende bijeenkomst.

Inleiding Vergeving en berouw

Tijdens deze laatste bijeenkomst staan we stil bij het onderwerp vergeving. We vinden dat meestal niet zo’n makkelijk onderwerp. Aan de ene kant omdat we vaak niet zo’n goed beeld hebben van wat vergeving nou eigenlijk is. En aan de andere kant omdat we meestal wel aanvoelen hoe moeilijk het is om iemand die ons onrecht heeft aangedaan te gaan vergeven.

Opdracht 1 – Voordat je verder gaat lezen, wil ik je vragen om eerst eens na te denken over het volgende: wat is vergeving volgens jou? Schrijf dat voor jezelf op.

1. Twee uitersten

We weten vaak niet goed wat vergeving nou eigenlijk inhoudt, en hoe je dat in de praktijk dan doet. Je kunt enorm worstelen met je onmacht om te kunnen vergeven of vastbesloten zijn om het onrecht nooit van je leven te vergeven. Misschien zie je vergeven als ‘zand erover’ en heb je je partner al talloze keren vergeven zonder dat er iets is veranderd. Die twee uitersten komen vaak voor:

1. Ik vergeef het hem nooit

Misschien herken je deze gedachte bij jezelf: ‘Ik zal het hem nooit vergeven!’ De pijn die je voelt is te groot, je boosheid zit te diep en wat jou is aangedaan is veel te erg om ooit te kunnen vergeven. Alles in je verzet zich daartegen en diep in je hart wil je dat hij dezelfde pijn ervaart, dat hij er niet zomaar mee wegkomt en misschien heb je zelfs gedachten over wraak nemen.

2. Ik vergeef het hem meteen

Aan de andere kant kun je juist ook heel gemakkelijk denken over vergeven. Sommige vrouwen spreken de woorden ‘ik vergeef je’ onmiddellijk uit nadat hun man zijn verleden of verslaving heeft opgebiecht. Ze zien het als hun plicht om dat te doen en door de woorden uit te spreken, hebben ze het gevoel dat zij in ieder geval het juiste hebben gedaan. Misschien herken je je daarin en heb je je man zelfs al heel vaak vergeven. Heel vaak gaat deze snelle vergeving gepaard met het wegstoppen van je pijn en het zwijgen over wat er gebeurd is, omdat je denkt dat dat nu eenmaal hoort bij vergeven. Als dat zo is, dan vindt er eigenlijk geen echte vergeving plaats. Je hebt het onrecht slechts bedekt.

Deze twee uitersten komen vaak voort uit het feit dat we niet goed weten wat vergeving nou werkelijk is. Daarom vergeven we te snel of zien we vergeving als een onmogelijkheid, waardoor er – in beide gevallen – geen echte vergeving plaats vindt.

Vragen bij paragraaf 1: Twee uitersten

Herken jij je in één van beide uitersten? Zo ja: welke is dat? En wat heeft dit mogelijk tot gevolg gehad in jouw leven?


2. Wat is vergeving?

Omdat er zoveel misverstanden zijn over vergeving, beginnen we met een opsomming van wat vergeven NIET is.

Vergeven is niet:

  • …zeggen dat het niet erg was wat de ander deed – Als je een ander vergeeft, zeg je daarmee niet dat het niet erg was wat hij gedaan heeft of dat het geen gevolgen had voor jou. Sterker nog: om ‘echt’ te vergeven is het juist nodig om die schuld aan het licht te brengen. Je legt er gewicht op, je stopt je gevoelens erover niet weg, je doet niet net alsof het allemaal wel meevalt. Nee, je bent bereid om de gevolgen onder ogen te zien. ‘Je kunt nooit iets wegzenden of loslaten dat je niet eerst hebt vastgehouden.’
  • … hetzelfde als vertrouwen – Vergeven en vertrouwen zijn twee verschillende begrippen. Vergeven heeft te maken met het verleden; vertrouwen gaat over de toekomst. In het boek Een tweede kans (Gary en Mona Shriver) staat dit mooi uitgelegd: Ik kan iemand vergeven die mijn auto in de kreukels heeft gereden, maar dat betekent niet dat ik hem de volgende keer mijn autosleutels weer zal geven en mijn kinderen op de achterbank zet. Als je iemand vergeeft, betekent dat dus niet automatisch dat je de ander ook weer moet vertrouwen. Een ander kan vergeving of vertrouwen trouwens ook nooit afdwingen. Vergeving is een geschenk en vertrouwen moet verdiend worden.
  • … hetzelfde als vergeten – Ook vergeven en vergeten zijn twee verschillende begrippen. Ook al heb je de ander vergeven, dan zul je nog steeds in staat zijn om je het gebeurde te herinneren. Je kunt niet eenvoudigweg je hersenen ‘resetten’. Het grote verschil is echter dat, hoewel je je het onrecht nog kunt herinneren, je ervoor kiest om het niet meer tegen de ander te gebruiken.
  • …. in staat om de gevolgen van het onrecht direct weg te nemen  – Als je het onrecht vergeeft, betekent dat dus niet automatisch dat de gevolgen van dat onrecht verdwenen zijn. Dit voorbeeld maakt het misschien duidelijk: als een man in een woede-uitbarsting uithaalt naar zijn vrouw, haar op de kin slaat en haar kaak breekt, biedt hij misschien oprecht zijn excuses aan en zij vergeeft hem oprecht. Maar haar kaak is nog steeds gebroken en zal haar misschien nog jarenlang problemen geven (uit: Als sorry niet meer helpt – Gary Chapman & Jennifer M. Thomas). Zo is het ook met emotionele schade als gevolg van verslaving, liegen en ontrouw. Vergeven neemt de pijn en de wonden niet weg. Tegelijk zit er wel waarheid in het lied: ‘Als er vergeving is, kan er genezing zijn’. Door te vergeven sla je de weg in van genezing van je wonden.

Wat is vergeven wel?

Wat is vergeven dan wel? De volgende definities geven wellicht een goed beeld van wat vergeving is:

  • Vergeving is het loslaten van wrok die je hebt over een onrechtvaardige behandeling. (Gary en Mona Shriver – Een tweede kans)
  • Vergeving is: bedekken, wegnemen, niet kwalijk nemen, genade hebben. (Gary Chapman – De andere kant van de liefde)
  • Als jij degene bent die gekwetst is en je kiest voor vergeving, betekent dat dat je geen wraak zult nemen, geen genoegdoening zult eisen en dat je wat er gebeurd is niet tussen jullie in zult laten staan. (Gary Chapman – Als sorry niet meer helpt)

Deze definities beschrijven vergeven als een actie waarbij je ervoor kiest om:

  • geen wraak te nemen -> je laat wraakgevoelens los
  • geen genoegdoening te eisen -> je dwingt de ander niet langer om jou terug te betalen
  • genade te hebben -> de schuld die de ander bij je heeft, is weg

Vergeving heeft eigenlijk alles te maken met bevrijd worden. Jij wordt bevrijd van wrok, bitterheid en gevangenschap. De ander wordt bevrijd van schuld.

Vergeving is niet goedkoop of makkelijk; het is kostbaar. Het kost je daadwerkelijk iets; je trots, je zelfmedelijden, je verlangen naar wraak en vergelding bijvoorbeeld, terwijl je niet van de ander kunt eisen dat hij jouw vergeving verdient en terwijl je nooit 100% zeker weet dat het niet opnieuw zal gebeuren.

Vragen bij paragraaf 2: Wat is vergeving?

  1. Kijk nog eens naar je antwoord op de eerste opdracht aan het begin van dit materiaal. Moet je – na het lezen van bovenstaande tekst – jouw idee over vergeving bijstellen?
  2. Kijk nog eens naar de opsommingen bij ‘Vergeven is niet:’ en ‘Wat is vergeven wel?’ Welke aspecten vind je mooi? Welke vind je moeilijk? En waarom?
  3. Herken jij gevoelens van wraak en/of bitterheid in je leven als gevolg van wat je partner gedaan heeft? Wat doe je daarmee? Welke gevolgen heeft het (voor jou, je partner, evt. anderen)?

3. De prijs van vergeven

Vergeven kost je dus iets. Maar níet vergeven heeft ook een prijs. Het zal tot gevolg hebben dat wrok en bitterheid in je hart gaan groeien. Wrok klampt zich vast aan het verleden waardoor de dingen steeds herbeleefd worden. Het trekt steeds het korstje van de wond af, waardoor de wond niet kan genezen. Niet vergeven houdt je gevangen aan het verleden waar je niet los van komt én aan de ander, waardoor het onrecht je zal blijven kwellen. Er kan dan ook geen echte genezing plaatsvinden.

Om te kiezen voor vergeving hoef je niet te wachten op een bepaald gevoel. Vergeven is geen gevoel, maar een keuze. Je kunt dus altijd de keuze maken om te vergeven. Die keuze kan onmogelijk lijken. Misschien denk je bij jezelf: ‘Ik kan het niet vergeven.’ Maar dat betekent ten diepste: ‘Ik wil het niet vergeven.’ Je kunt namelijk altijd de keuze maken om te gaan vergeven. En als dat nog te moeilijk is, kun je de keuze maken om te willen leren te vergeven. Dat is een eerste stap die gezet moet worden.

En tegelijk is vergeven een proces. Iemand omschreef vergeven als een reis. Je moet een eerste stap zetten (de stap om te willen leren vergeven), en vervolgens start je de reis naar vergeving, die niet makkelijk is, maar die wel de weg is naar genezing. Een reis die ook niet meteen afgerond is; hoe groter het onrecht, hoe langer de reis duurt.

Vragen bij paragraaf 3: De prijs van vergeving

  1. Wat kost het jou om te (gaan) vergeven? Wat kost het jou om niet te vergeven?
  2. Wat vind je van de volgende uitspraak? Ben je het ermee eens? Waarom wel/niet?

Misschien denk je bij jezelf: ‘Ik kan het niet vergeven.’ Maar dat betekent ten diepste: ‘Ik wil het niet vergeven.’ Je kunt namelijk altijd de keuze maken om te gaan vergeven. En als dat nog te moeilijk is, kun je de keuze maken om te willen leren te vergeven. Dat is een eerste stap die gezet moet worden. 


4. Vergeving in de praktijk

Als je als mens vergeving van God wilt ontvangen, dan is het nodig om je zonden te belijden en Zijn vergeving aan te nemen (1 Johannes 1:9 – Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven). De Bijbel zegt dat we als mensen elkaar moeten vergeven zoals God ons vergeeft (Ef. 4:32 – Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft). Het is dus wijs om Gods model toe te passen als je nadenkt over vergeving. In Lucas 17 zegt Jezus hierover:

‘Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem.’

Hieruit kunnen we drie stappen afleiden die kunnen helpen bij vergeving:

1. Bestraffen

Als iemand tegen je gezondigd heeft (als iemand je onrecht heeft aangedaan), is de eerste stap dus: bestraffen. Bestraffen betekent letterlijk: ergens gewicht op leggen, een bepaalde zaak duidelijk onder iemands aandacht brengen. Kortom: je confronteert de andere persoon met zijn of haar zonde. Als je de ander confronteert, is het  verstandig om eerst emotioneel af te koelen. Natuurlijk mag je boos zijn als iemand onrecht gedaan heeft, maar bestraffen is niet hetzelfde als je woede op iemand afreageren of de ander met bittere woorden in een hoek drijven. Bestraffen heeft juist alles te maken met ruimte geven voor de gevolgen van het onrecht en een diep verlangen dat de ander zijn zonde zal belijden en berouw zal hebben, zodat jij kan vergeven. Hier zie je hoe belangrijk het is dat je zelf niet over de gevolgen van het onrecht heen stapt en net doet alsof de pijn en de wonden er niet zijn. Echte vergeving geeft (eerst) ruimte aan de gevolgen en wonden!

2. Berouw

De volgende stap is dat degene die gezondigd heeft, berouw toont; hij belijdt zijn zonden en laat zien dat hij ernaar verlangt om die zonde in de toekomst niet weer te begaan. ‘Berouw’ betekent letterlijk: ‘omkeren’. Het is goed om te beseffen dat berouw is niet altijd zichtbaar is op de manier die je zelf graag zou willen zien of waarvan je verwacht dat dit eruit zou zien bij de ander. De afwezigheid van tranen bijvoorbeeld hoeft niet te betekenen dat er geen berouw is. En andersom is trouwens ook waar: het feit dat iemand huilt, betekent niet automatisch dat er wél berouw is.

Berouw kan er ook uitzien als (uit: Als sorry niet meer helpt):

  • schuldbelijdenis
  • schadevergoeding: alles doen wat in je vermogen ligt om de schade te herstellen
  • alles doen wat in je vermogen ligt om te bewijzen dat je verkeerde gedrag is veranderd
  • doorleefd besef van wat je hebt aangericht
  • verantwoordelijkheid nemen voor je gedrag

Als iemand ernstig en/of herhaaldelijk tegen je gezondigd heeft, is het verstandig om verder door te vragen op dit berouw hebben: is het echt, is iemand werkelijk van plan om te veranderen?

3. Vergeven

Als je de zondaar hebt bestraft, en diegene heeft berouw, dan zegt Jezus dat we diegene moeten vergeven. We stoppen met het zoeken naar vergelding en we weigeren iemands misdaad tussen hem en ons in te laten staan, we weigeren ons gedrag naar de ander te laten controleren door onze gevoelens van pijn en teleurstelling.

Vragen bij paragraaf 4: Vergeving in de praktijk

  1. Kijk nog eens naar de drie stappen in het proces van vergeving n.a.v. Lucas 17. Waar sta jij in dit proces? Welke stap vind je het moeilijkst?
  2. In het artikel worden verschillende uitingsvormen van berouw genoemd. Zie jij één of meerdere daarvan bij je partner? Heeft hij berouw, denk je? Hoe ga jij daarmee om?

5. En als de ander geen berouw heeft?

Als de ander echt berouw heeft, moet je hem dus vergeven. Maar wat moet je doen als de ander geen berouw heeft? In de verschillende boeken over dit onderwerp kom je twee verschillende visies tegen:

1. Altijd vergeven – Sommigen zeggen dat je altijd moet vergeven. Dat God wil dat we mensen altijd vergeven, ook als ze geen berouw hebben.

2. Alleen vergeven als iemand berouw heeft – Anderen zeggen dat we alleen hoeven te vergeven als iemand berouw heeft. Gary Chapman zegt in De andere kant van de liefde: ‘Vergeving is een geschenk dat niet geopend kan worden totdat de zondaar toegeeft dat hij het nodig heeft en het hebben wil.’ In Als sorry niet meer helpt voegt hij daar het volgende aan toe:

Als de ander geen berouw heeft, dan benaderen we diegene een tweede keer, we vertellen weer wat ons pijn gedaan heeft en bieden hem de mogelijkheid om verontschuldigingen aan te bieden.

Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt (Mat. 18:15-17).

Het patroon is helder: je benadert de ander voor de tweede of zelfs derde keer. Telkens ben je bereid te vergeven en zoek je verzoening. Als de ander blijft weigeren om zijn excuses aan te bieden, dan moet je als christen wel voor hem blijven bidden, je ernaar uitstrekken om de liefde van Christus te laten zien en hopen dat hij zich zal bekeren en vergeving zal vragen.

Tot zover de woorden van Gary Chapman. Ik wil daar nog graag iets aan toevoegen, want hoe kun je – als de ander geen berouw heeft – blijven verlangen naar vergeving? Hoe voorkom je dat je tóch bitter wordt? Het onderscheid tussen horizontale en verticale vergeving kan daarin op weg helpen. Vergeving is iets tussen jou en de ander; het is een horizontaal proces. Maar vergeving heeft nog een andere dimensie: het is ook iets tussen God en jou; een verticaal proces.

Horizontale vergeving (tussen jou en de ander) vindt plaats op het moment dat de ander berouw heeft en jij hem vergeeft. Deze vergeving kun je dus niet altijd (meteen) geven, je bent daarin afhankelijk van de ander.

Met verticale vergeving kun je echter onmiddellijk beginnen. Deze vergeving staat helemaal los van de ander en of de ander al dan niet berouw heeft. Sterker nog: de ander heeft daar helemaal niets mee te maken en hoeft er ook geen weet van te hebben. Verticale vergeving is iets tussen God en jou. En heel concreet zou dat kunnen betekenen dat je gaat uitspreken naar God dat je de ander wilt gaan vergeven voor het onrecht dat jou is aangedaan. Omdat vergeven alles te maken heeft met ruimte maken voor de gevolgen van het onrecht, mag je die gevolgen, je pijn, je wonden met Hem delen. Iedere keer opnieuw. Je brengt daarmee als het ware die hele berg van onrecht en gevolgen in kaart. En als je dat gedaan hebt, vertel je aan God dat je die berg wilt vergeven. En als je dat nog te moeilijk vindt, zeg je dat je wilt léren om dat te vergeven. En iedere keer dat je die pijn en boosheid en wonden en wrok weer voelt, ga je opnieuw met je berg naar God en vertel je Hem dat je wilt (leren) vergeven.

Het mooie is dat dit je hart zal veranderen:

  • Je voorkomt dat je bitter wordt. Want je spreekt iedere keer uit dat je de weg van vergeving wilt (leren) gaan i.p.v. de weg van de bitterheid en wrok.
  • Er kan een proces van genezing op gang komen. Je gaat immers met je wonden en pijn naar Hem toe. Je wonden zijn zichtbaar voor Hem, zodat Hij erbij kan.
  • Vergevingsgezindheid gaat groeien in je hart. Na verloop van tijd zul je merken dat God je het verlangen gaat geven om te vergeven. Eerst was de stap om te (leren) vergeven nog een keuze, een wilsbesluit. Maar je zult merken dat deze verticale vergeving je hart zachter zal maken en jou het verlangen (gevoel) gaat geven om werkelijk de vergeving te gaan uitspreken naar de ander (horizontale vergeving) zodra deze daadwerkelijk berouw heeft en verlangt naar jouw geschenk van vergeving.

 Vragen bij paragraaf 5: En als de ander geen berouw heeft?

  1. Wat vind je van de uitleg over horizontale en verticale vergeving? Hoe kun je dit concreet maken in jouw leven? Wil je dat?
  2. ‘Als er vergeving is, zal er genezing zijn’ zegt een Opwekkingslied over vergeving. Ben je het daarmee eens? Wat heb je daarvan ervaren? Hoe ga je om met de wonden/boosheid/pijn die je nu nog ervaart?

Bemoediging

Als je vergeven moeilijk vindt, als je er als een berg tegenop ziet, onthoud dan dat we het niet alleen hoeven te doen. Wij mogen beseffen dat we zelf vergeven mensen zijn. God vergeeft ons, omdat Zijn zoon Jezus de ultieme prijs heeft betaald voor onze zonden. Ons vermogen om te vergeven komt dus van God. Je mag Hem altijd vragen om jou te helpen om te vergeven.

‘Juist omdat Hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan.’ (Hebr. 2:18)

‘Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus.’ (Fil. 4:19)


Thuisopdracht

 

Wil je meer lezen/horen over vergeving? De volgende boeken kunnen je helpen:

  • Als sorry niet meer helpt- -Gary Chapman en Jennifer Thomas
  • Een tweede kans – Gary en Mona Shriver
  • De andere kant van de liefde – Gary Chapman

Op IkzoekGod.nl vind je een gratis online cursus over vergeving met zeven thema’s die alles te maken hebben met vergeving. Klik hier om naar de cursus te gaan.

 

Dit materiaal is alleen bestemd voor deelnemers aan de contactgroep van Kostbaar Vaatwerk. Het mag niet verder verspreid worden zonder uitdrukkelijke toestemming van Kostbaar Vaatwerk

Uitloggen
Back To Top